Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
zomernachten nog al koud zijn. Dit hindert haar echter niet,
dewijl zij rijkelijk met warme wol bedekt is, en de Amerikanen er
vrij talrijke kudden lama's op nahouden, zoodat zij gelegenheid heb-
ben des nachts zeer dicht bij elkander te liggen, en zoo doende
de een de ander kan verwarmen. Zij zijn om hare melk, haar
vleesch en hare wol zeei- nuttig.
De wilde lama, die in talrijke troepen leeft, is iets grooter dan
de tamme, en wordt Guanaco genoemd. Zij is roodbruin van
kleur, terwijl de tamme lama veel van haar in kleur verschilt en
somtijds bont of wit is. Men maakt veel jacht op de guanaco's,
dewijl haar vleesch zeer smakelijk is, en hare huid en wol zeer
bruikbaar zijn.
Nog leeft er eene mei-kwaardige soort van lama in de hooge
gebergten van Zuid-Amerika, bekend onder den naam van
Dit dier, dat, van zijne vrijheid beroofd, niet tieren kan, is zoo
groot als eene geit, en heeft zeer lang, wollig haar. Duizenden
worden er jaarlijks gevangen, omdat de wol er van de stoffe levert
tot zeer fijne kleederen; gesponnen vigognewol, waarvan men
allerlei breiwerk vervaardigen kan, is bij ons ook in gebruik.
De kameelen en lama's hebben een paar snijtanden in de boven-
kaak en ook hondstanden.
Er zijn ook enkele welriekende dieren, en daarvan is zeker het
Mushusdier het merkwaardigste. Dit dier, dat in lichaamsvorm
op een hert gelijkt, heeft een zeer rank lichaam, dunne pooten
en een spitsen kop, met groote naar beneden uitstekende hoek-
of hondstanden en haast geen staart; het is zoo groot als eene
geit, en heeft bleekbruin haar met witte en zwarte strepen langs
den hals. Men vindt het in Azië, voornamelijk in China, Thibet
en Tartarije, alwaar het de toppen der hooge bergen bewoont en
die met gioote vaardigheid beklimt, waarbij het, althans zoo het
vervolgd wordt, soms de gevaarlijkste sprongen waagt, maar toch