Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
met gespleten hoef. Zij zijn alle planteneters, doch hunne maag
is op eene bijzondere wijze ingericht, zoodat zij de spijzen, welke
zij bijna ongekauwd doorslikken, als ze genoeg gegeten hebben,
op hun gemak weder in den mond kunnen brengen, om ze fijn
te malen en nogmaals door te slikken. Hebt gij dit bij de koe
wel eens opgemerkt? Indien gij eens voorbij eene weide wandelt,
let er dan eens op. Waarschijnlijk treft gij het dan wel, dat
eenige koeien, na lang genoeg gegraasd te hebben, rustig neder-
liggen om haar voedsel te herkauwen. Hetzelfde kunt gij ook bij
herten en geiten waarnemen. Hoewel de genoemde dieren horen-
dragend zijn, moet gij daaruit niet opmaken, dat alle herkauwende
dieren horens hebben; ik wil u zelfs eerst wat verhalen van eenige
herkauwende dieren zonder horens.
De Kameel onderscheidt zich van alle dieren door een of twee
bulten, die hij op zijnen rug heeft, en die wel vier of vijf palmen
hoog zijn. Zijne beide hoeven staan niet zoo dicht bij elkander,
als dit bij de overige herkauwende dieren het geval is, zoodat hij
dan ook minder een dier met gespleten of gedeelden lioef kan
genoemd worden; ook heeft hij onder zijne voeten eene dikke
eeltachtige zool. Den bult medegerekend, bereikt hij eene hoogte
van wel derdehalf el, en hij heeft eenen hals, juist lang genoeg
voor zoo gi'oot een dier, dat lage struiken en distels eet, die op
den grond groeien. Op de borst en knieën heeft hij dikke eelt-
kussens, waarop hij steunt als hij ligt om uit te rusten, te her-
kauwen of te slapen. Er zijn twee soorten van kameelen; de
eene is men gewoon Dromedaris, de andere Kameel te noemen.
De dromedaris behoort in zuidwestelijk Azië, vooral in Arabië
te huis, maar is ook in het noorden van Afrika zeer talrijk, waar
het in de middeleeuwen is ingevoerd. Hij heeft slechts éénen bult
op den rug. Het is niet zonder reden, dat dit nuttige dier wel
eens het schip der icoestijn genoemd wordt, want noch te voet.