Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
achtige landen boven het paard verkozen, omdat hij wegens zijne
voorzichtigheid zelden struikelt, en zeer steile paden langs diepe
afgronden met vasten voet betreedt. Verdei- is hij zeer gesteld op
zindelijkheid, en gaat, zoolang hij het vermijden kan, niet door
het slijk. Ook is hij zeer matig, en vergenoegt zich met distels
en planten, die andere dieren voorbijgaan; alleen op zijnen drank
is hij keurig, want hij zal geen water drinken, dat niet vol-
komen rein en zuiver is. De melk der ezelin is zeer gezond en
voor sommige zieken eene voortreffelijke artsenij. Het vleesch
van den ezel wordt niet gegeten, hoewel liet, evenals dat van het
paard, zeer goed om te eten is. Maar deze dieren zijn ons te
nuttig bij hun leven, om hen wegens hun vleesch te dooden;
dat van den wilden ezel wordt echter voor eene lekkernij ge-
houden. Deze, ook onder den naam van Woudezel bekend, is
een schoon en krachtvol dier, dat in grootte het paard zeer nabij
komt, en het in snelheid evenaart, ja zelfs den rit langer kan
volhouden. Zijne kleur is gewoonlijk lichtbruin, van onderen
wit; de manen en staart donkerbruin, en de laatste eindigt in
een grooten zwarten haarbos. Echter bestaat er tusschen de
wilde ezels, welke in vele landen van Azië worden aangetroffen, in dit
opzicht een aanmerkelijk verschil. Men maakt veelal jacht op
hen, om hun vleesch en hunne huid, welke tot zoogenoemd
segrijnleder bereid wordt. Als eene bijzonderheid moet ik u nog
mededeelen, dat deze dieren door hun scherpen reuk de bron-
nen in de woestijn op grooten afstand ontdekken, en dat dus een
land waarin zij versmachten, wel de dorste streek moet zijn,
die men zich kan voorstellen. Een woudezel tam te maken en
zijnen meester te doen gehoorzamen is niet mogelijk. Zelfs jong
gevangen, kan men hem niet in zoo verre bedwingen, dat men
hem zonder gevaar berijden kan. Daar nu onze tamme ezels van
die woeste dieren afkomstig zijn, moet men onderstellen dat de