Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
die zoo hard zijn, dat geen pijl er doorheen boren kan. — Op
Sumatra en Borneo leeft eene andere soort van tapir, die zwart
is met witte ooren en met eene groote zadelvormige witte vlek op
den rug en de zijden, omtrent zooals bij eene zoogenaamde
lakenvelsche koe.
10. eenhoevige dieren.
Thans willen wij nog over eenige dieren spreken, die met
elkander daarin overeenkomen, dat zij slechts éénen hoef hebben.
Het Paard heeft snij- en hondstanden en kiezen, doch tusschen
de hondstanden en de kiezen bevindt zich eene kleine ruimte,
waarin men het ijzeren gebit legt, waarmede men het moedige
en sterke dier bestuurt. De paarden hebben vooruitkomende
oogen, langwerpig vierkante oogappels, eene zeer zachte tong,
kleine, spitse, beweegbare ooren en een zeer scherp gehoor.
Hunne bovenlip is zeer beweegbaar en dient hun om de planten
aan te grijpen, waarmede zij zich voeden. Hun geheele lichaam
is met korte, zachte haren bedekt, uitgezonderd hals en staart,
die met zeer lange haren vooi-zien zijn. Beide, zoowel de manen
als de staart, verstrekken het paai-d tot een wezenlijk sieraad,
en de menschen misrnaken het, als zij het wreedelijk een gedeelte
van den staart afnemen. Het paard vergezelt den mensch op
het oorlogsveld, helpt hem den grond bebouwen, vervoert zware
lasten, brengt reizigers met snelheid van de eene plaats naar de
andere, en wat doet het niet al meer? De menschen behandelen
het echter ondankbaar en wi-eed, daar zij van dit gehoorzame
dier den zwaarsten arbeid verlangen en het afbeulen, wanneer
het oud is, en ten laatste, als het van ouderdom niet meer
werken kan, het laten dooden door den vilder, die voor huid,
haar en beenderen geld weet te maken. Zoo het vlug en sterk