Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
indien het zijnen wroetlust wilde opvolgen. Ook de wilde zwijnen
zijn zeer morsige dieren, die zich met groot vermaak in het slijk
wentelen, en niet alleen voor de jagers die hen aanvallen, maar
ook voor reizenden gevaarlijk kunnen zijn. De wijfjes of zeugen
zijn, wanneer zij jongen hebben, die men biggen heet, zeer wan-
trouwend en woedend, indien zij vreezen aangevallen te zullen
worden. Met hare sterke slagtanden brengen zij vaak zeer ge-
vaarlijke wonden toe, minder door bijten, dan door scheuren.
De mannetjes of beeren zijn somtijds zoo strijdlustig, dat zij niet
alleen op elkander, maar op alles wat hun voorkomt met woede
aanvallen, en zijn daarom niet minder te vreezen dan de zeugen,
daar zij wel zoo sterk zijn en hunne slagtanden niet minder groot.
Men brengt aan de wilde zwijnen niet licht eene doodelijke wonde toe,
want hunne huid is vrij hard en met stijve haren of borstels be-
zet, en als een zwijn zich gewond voelt, valt het met blinde
woede dengenen aan, die het de wonde heeft toegebracht; men
kan het dan alleen met groot beleid en groote onverschrokken-
heid afweren en nedervellen. De zwijnen zijn zeer vraatzuchtige
dieren, die ook hagedissen, slangen en alle jonge dieren verslin-
den , die zij kunnen machtig worden. De beeren verslinden zelfs
hunne jongen, indien de zeugen ze niet weten te verbergen en
te beschermen. Met groote zorg worden de biggen door hare
moeders gedurende drie of vier maanden gezoogd, en zelfs daarna
door deze nog niet verlaten, maar soms nog wel twee of drie
jaren door haar bewaakt en beschermd. In weinig bewoonde
streken voegen zich wel eens verscheidene zeugen met hare biggen
bij elkander en vormen een gezelschap, welks leden elkander
onderling beschermen en vooral voor de jongen zorg dragen. De
beeren leven altijd eenzaam. — Het tamme zwijn is ons alleen
nuttig na zijnen dood. Het wordt, bij eene goede oppassing, in
eenige maanden zwaar en vet, en daarna den slachter overge-