Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
dagelijks vijftig pond hooi en vijf en twintig pond andere spijzen,
zooals brood, vruchten en groenten, opeten. Wanneer hij drinkt,
zuigt hij zijne slurf vol water en giet het vervolgens in zijn mond;
en dan heeft hij ook al aan geen beetje genoeg, alzoo hij achter
elkander wel twintig kan water kan gebruiken. De oogen van
dit groote dier zijn naar evenredigheid zeer klein; zijne ooren,
die slap naar beneden hangen, zeer groot; zijn dikke huid is ge-
limpeld en bijna geheel van haar ontbloot; slechts aan het uit-
einde van den staart heeft hij eenige dikke haren bij elkander.
Zijn gezicht, zijn gehoor en zijn reuk zijn zeer scherp, en zijne
voorzichtigheid is mei-kwaardig. Niettegenstaande het eenigszins
plompe voorkomen van den olifant, kan hij zeer hard loopen,
omdat hij zulke groote stappen neemt, zoodat hij gemakkelijk een
paard kan inhalen. Hij is een liefhebber van zich te baden en
een goed zwemmer, want zoo lang hij slechts het uiteinde van
zijne slurf boven water kan houden, kan hij ook ademhalen. De
olifant, zelfs oud gevangen, laat zich gemakkelijk tam maken, en
tot allerhande diensten gebruiken. Hij kan zeer zware lasten
dragen. In ouden tijd gebruikte men ook olifanten in den krijg;
op hunnen i-ug werd eene soort van torentje gebouwd, waarin
verscheidene geoefende boogschutters plaats vonden, die den vijand
veel nadeel toebrachten. Thans worden zij nog in Indië als last-
beesten gehouden; in Engelsch-Indie heeft men daarom niet alleen
paardenmarkten en rundermarkten, zooals bij ons, maar ook olifanten-
markten. Goede olifanten zijn echter nog al duur. In Achter-
Indië zijn vorsten, die er hun roem en hunne eer in stellen
een groot getal olifanten te bezitten; en heeft zulk een voret
daaronder een of twee witte — albino's in hunne soort — dan
acht hij zich zeer gelukkig. Ook gebruikt men den olifant nog
wel op de jacht, en dan is zijne slurf een geducht wapen tegen
leeuwen en tijgers. Overigens is hij een zachtzinnig dier, dat