Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
met groot gemak graaft en alleen des nachts verlaat om zijn
voedsel te zoeken. Dit bestaat uit vruchten en wortels, welke
laatste hij weet te vinden, door met zijnen snuit als een varken
den grond om te wroeten. Het lichaam van dit zonderlinge dier
is, met uitzondering van zijnen hals en buik, met een horenachtig
hard schild bedekt, dat op den rug in verscheidene strooken ver-
deeld is. In zijn vaderland is hij zeer talrijk en wordt menig-
vuldig gevangen, omdat zijn vleesch zeer goed om te eten is.
De Groote miereneter heeft in het geheel geene tanden. Hij
is zoo groot als een groote hond, met lange bruinachtige haren
__bedekt, en heeft op
iederen schouder een
zwarte streep met
witte randen. Zijn
lange staart is ook
dicht met lang haar
bewassen. Zijn kop
en snuit zijn zeer
lang en spits, en
zijn bek zoo klein,
dat hij daarmede geen voedsel zou kunnen aangrijpen, en dat hij
maar even zijne lange kleverige tong kan uitsteken. Dit is ook
voor hem voldoende. In zijn vaderland, Zuid-Amerika, wordt
eene soort van mieren gevonden, die zich zeer stevige woningen
van klei weten te maken. De miereneter maakt daarin met
zijne stevige klauwen eene opening, dan steekt hij daar zijne
lange tong door, en draait die in het mierennest in alle richtingen
rond, totdat zij genoegzaam met mieren bezet is. Vervolgens
trekt hij haar terug, eet de mieren op, en herhaalt dit kunstje
met groote snelheid zoolang tot hij genoeg gegeten heeft. Hij
is een vi'eedzaam dier, dat zich echter met zijne scherpe nagels
Fig. 10. Miereneter.