Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
omdat zijne armen tweemaal zoo lang zijn als zijne pooten, en
zijne vingei's geheel onder de huid liggen, zoodat slechts zijne
lange nagels te voorschijn komen. Maar daarvan weet hij zich
heel goed bij het klimmen te bedienen, dat hem voortreffelijk te
pas komt, omdat hij een boombewoner is. Men heeft hem ook
Ai geheeten, en in dezen naam ligt toch eenige waarheid opge-
sloten; want het geluid, dat dit dier somtijds maakt, wordt zoo
ten naaste bij door dit woord uitgedrukt. De ai dan woont in
de bosschen der heete gewesten van Amerika, is niet grooter dan
eene gewone kat, en voedt zich alleen met boombladeren, die hij
des nachts opeet. Zijne grauwe, ruwe haren gelijken veel op
hooi. Zelden komt hij op den grond, waar voor hem ook niets
te doen valt; want hij weet met veel behendigheid van den eenen
boom in den anderen te komen, hetzij als de takken elkander
raken, of wanneer zij door den wind aan elkander gebracht
worden. Bij dit klimmen hangt de aï altijd met den rug naar
beneden aan zijne lange, sterke en haakvormig gebogen klauwen,
die hij om de takken slaat, en in deze houding rust, slaapt en
eet hij. Moet hij den boom verlaten, waarop hij eenigen tijd
genoeg te eten gevonden heeft, en is de naastbij gelegene te
ver verwijderd, om er van tak op tak in te komen, dan klautert
hij naar beneden, gaat zoo goed hij kan langs den grond voort,
en bereikt weldra den anderen boom, dien hij met gemak be-
klimt. Het beest doet geen schepsel kwaad, maar wordt door de
menschen, die met hem hetzelfde vaderland hebben, wel eens
gevangen, omdat zijn vleesch gegeten kan worden.
Het Gordeldier of Schildvarken heeft slechts twee snijtanden
van boven en vier van onderen, geene hondstanden, maar twee
en dertig kiezen, die er bijna even zoo uitzien als de snijtanden,
en is ook zoo groot als eene kat. Het woont in Zuid-Amerika,
en houdt zijn verblijf in onderaardsche gangen of holen, die het