Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
wat wij van het muskus-beursje van het muskus-dier verhaald
hebben? "Welnu, de bever heeft onder aan zijn lichaam ook zoo
iets, en daarin zit eene stof, die men Castoreiim of bevergeil
heet. Deze is niet zoo aangenaam van reuk als de muskus, maar
toch duur, en wordt ook als geneesmiddel gebruikt. — De beste
bevervellen worden ook duur betaald en tot bontwerk bereid; van
de slechtere gebruikt men het haar, om er, vermengd met de
haren van hazen en konijnen, de fijnste hoeden van te maken,
die thans echter door de zijden hoeden uit de mode geraakt zijn.
Daar de zomervellen weinig waarde hebben, zoekt men de bevers veelal
in hunne winterwoningen op, maakt een gat in het ijs, en tracht
de vreedzame dieren uit hunne schuilplaats te drijven. Komt dan
een hunner om adem te halen aan de opening, die men in het
ijs gemaakt heeft, dan tracht men hem dood te slaan; of wel,
men stopt den uitgang der beverliut dicht en breekt het dak er
van open, om de arme dieren in hun eigen huis te overvallen.
Doch hierbij moeten menschen en honden zich voor de beten der
beangste bevers in acht nemen, want daar zij met éénen beet
een tamelijk dikken tak kunnen doorsnijden, kunnen zij ook vrij
ernstige wonden toebrengen.
Het Stekelvarken onderscheidt zich van de overige knaagdieren
daardoor, dat zijne haren op den rug zeer dik en stijf zijn, zoo-
dat zij lange stekels of pennen vormen, waarvan eenige meer
dan drie palm lang en een' halven duim dik zijn. Deze stekels
zijn met regelmatige bruine en witte ringen geteekend en tamelijk
scherp gepunt. Maar het is niet waar, dat het stekelvarken zijne
pennen van zich zoude kunnen werpen, en wel met zooveel kracht,
dat hij er zijnen vijand geducht mede zou kunnen wonden.
Daarentegen is het waar, dat dit dier jaarlijks nieuwe stekels
krijgt, waarbij de oude uitvallen en somtijds losraken, als het
beest zich wat sterk schudt. Zoodra echter een vijand hem nadert,
4*