Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
in korten tijd zeer sterk, en ondermijnen in zandige streken , welke
zij bij voorkeur bewonen, dijken en wegen, zelfs boomen en
muren. Vooral zijn zij in ons vaderland in de duinen schadelijk,
daar zij deze beschermers van ons land tegen de Noordzee door
hunne holen zouden verzwakken, indien men hun toeliet sterk te
vermenigvuldigen. Bovendien vernielen zij het plantsoen, waar-
mede men de duinen bezet om het losse zand door de wortels
daarvan bijeen te houden, en voor verstuiven te bewaren. Wan-
neer het konijnwijfje (voedster) jongen heeft, laat zij het mannetje
(rammelaar) niet in haar nest komen, want deze zou terstond de
jongen dooden; moet zij naar buiten, dan maakt zij eerst den
ingang met zand of aarde dicht. Hazen en konijnen kunnen
elkander niet verdragen, zoodat zij nimmer hetzelfde oord bewonen.
Sluit men een' haas en een konijn in hetzelfde hok, dan zullen
zij weldra een strijd op leven en dood beginnen, welke meestal
met den dood van den grootsten, den haas, eindigt. Het konijn,
oorspronkelijk uit het noorden van Afrika, is van daar naar Spanje
overgebracht, en heeft zich vervolgens bijna door geheel Europa
verspi-eid, doch is niet zoo ver naar het noorden doorgedrongen
als de haas. Hieruit moet gij echter niet opmaken, dat er in de
Poollanden geene konijnen zijn. In Groenland en op het eiland
Melville vindt men een konijn, dat met het onze veel overeen-
komst heeft, maar veel grooter is, en in den zomer en herfst
een zuiver witten pels heeft, die echter tegen den winter bruin-
achtig grijs wordt. De witte vellen worden zeer gezocht, doch
de vellen der gewone hazen en konijnen hebben minder waarde.
Zij worden tot bontwerk bereid of men maakt er perkement van,
waardoor men de hai-en afzonderlijk bekomt, waarvan de hoeden-
maker vilten hoeden vervaardigt.
Wij spraken tot dusver alleen van de wilde konijnen, maar
gij weet dat er ook tamme zijn. Deze stammen van de wilde