Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
allen twijfel verbiedt, verhaalde niij daarvan het volgende: »Eens,
dat ik onopgemerkt mijn hoenderhok bespiedde, om toch eens te
weten, hoe mijne eieren telkens weg kwamen, zag ik eenige
ratten in het hok sluipen. Éene legde zich op den rug en de
andere brachten eieren uit de nesten aan, welke door de lig-
gende rat werden ontvangen en vastgehouden, zoodat zij er wel-
dra drie tusschen hai'e pooten had. Toen sleepten de andere
haar bij den staart weg en voerden mijne eieren mede!" Gij be-
grijpt wel, dat mijn vi'iend sedert al het mogelijke in het werk
stelde, om de ratten te beletten, hare levende slede met zijne
eieren te beladen.
De Muis is eene der kleinste onder de knaagdieren. Geheel
Europa is haar vaderland, maar onze schepen hebben haar naar
bijna alle andere landen der wereld overgebracht. Dit kleine
diertje veroorzaakt menigmaal gi'ooten last, daar het gaten in
het hardste hout weet te knagen en in alle kisten en kasten door
te dringen, en bijna aan alles schade toebrengt, aan papieren,
boeken, linnen, kleederen enz. De muizen eten van alles. Wan-
neer eenig groot voorwerp, een brood of een kaas bij voorbeeld,
onder haar bereik valt, beginnen zij met er een klein gaatje in
te maken, knagen steeds verder, en dringen vervolgens in het
binnenste van het aangevallen voorwerp door, waarvan zij alleen
de dunne korst overlaten, zoodat hare dieverij dikwerf niet be-
merkt wordt, voordat zij het geheel hebben opgegeten. De muizen
vermenigvuldigen sterk, maar hebben, gelukkig voor ons, ook
een aantal vijanden. De nachtvogels, katten, wezels en ratten
vervolgen haar (*). Maar nog iets van de muizen. Hebt gij
(*) Eene weldaad voor ons, dat de katten zoo moordzuchtig zijn. Een mijner
bekenden vond, in tet najaar van 1847, eiken morgen in zijn niet grooten tuin
een hoopje van 3U of 40 doode muizen, door zijne éene kat in den nacht gevangen,
doodgebeten en bijeengebracht.