Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
De Eekhoren is een bevallig diertje, dat bestendig zijn verblijf
op de boomen houdt en ook aldaar zijn nestje maakt. Het is
recht aardig om te zien , hoe hij in het bosch tusschen de takken
schijnt rond te huppelen, of, zittende, eikels of noien tusschen
zijne voorpooten houdt en die opknabbelt. Het beestje draagt
zijn omgekrulden, met zeer lange haren voorzienen staart als
eene sierlijke pluim, terwijl zijn lichaam met kortere haren be-
dekt is. Bij ons en in andere gematigde landen behoudt hij
altijd dezelfde kleur, namelijk roodbruin op den rug en wit op
den buik; maar in het Noorden wordt zijn haar des winters
blauwachtig grijs. Alsdan worden er in Siberië eene menigte
eekhorentjes gevangen, dewijl hun winterbont zeer gezocht is. —
Gewoonlijk brengt de eekhoren het grootste gedeelte van den dag
in zijn aardig nestje door, dat hij van takjes gemaakt en met
zacht mos bekleed heeft. Tegen den avond komt hij voor den
dag om zijn voedsel te zoeken en met zijne makkertjes te spelen.
Gedurende den zomer verzamelen de eekhorens hunnen winter-
voorraad, en leggen daartoe verscheidene magazijnen aan, die zij
opvullen met eikels, beuken- en hazelnoten, en met al wat zij
voor hun oogmerk kunnen vinden. De holle stammen der boomen
kiezen zij gewoonlijk tot voorraadschuren, en zij weten die in
tijd van gebrek altijd weder te vinden, zelfs wanneer zij met
sneeuw bedekt zijn, die de eekhorentjes zeer goed met hunne
pooten kunnen verwijderen. Deze vlugge diertjes weten zich ook
dikwerf met veel schrandei-heid aan de vervolgingen hunner vij-
anden te onttrekken. Zoodra zij eenig gerucht vernemen, dat
hun verdacht voorkomt, verlaten zij hun nestje, en daar zij zich met
hunne scherpe nagels aan den boomstam vasthouden, weten zij
zich altijd zoodanig te plaatsen en te bewegen, dat de stam of
een dikke tak hen steeds voor het oog van hunnen vijand bedekt.
Ook plaatsen zij zich wel, dicht in elkander gedoken, in een