Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
scheiden zich van deze vooral door hun langen en spitsen snuit.
Hun gebit gelijkt echter op dat der egels en mollen, en niet op
dat der muizen. Zij leven dan ook, evenals de eerstgenoemde
dieren, van insecten en woi'men. Zij verspreiden een sterken
geur van muskus, en het is waarschijnlijk daarom, dat de katten en
bunzings ze wel dooden, doch niet opeten. Dit heeft denkelijk
weer aanleiding gegeven tot het fabeltje dat de spitsmuizen ver
giftig zouden zijn, en dat zij aan het vee schade zouden toebrengen.
In ons land komen twee soorten van spitsmuizen voor: de
Gewone spitsmuis en de Water-sintsmuis. De eerste leeft op
velden en weilanden in holen, de tweede aan den oever van ri-
vieren en beken. — In het zuiden van Europa vindt men de
Dwergspitsmuis die nauwelijks vier centimeters lang, en het
kleinst bekende zoogdier is.
7. knaagdieren.
De knaagdieren onderscheideu zich van al de zoogdieren, over
welke wij tot hiertoe spraken, daardoor, dat zij geene honds-
tanden hebben. Niet alleen is de plaats daarvoor in hunnen
mond ledig, maar tusschen hunne snijtanden en kiezen bevindt
zich eene vrij groote tusschen ruimte, waarin geene tanden aan-
wezig zijn. Gij kunt dit gemakkelijk zien in den mond van een
konijn. ÏMeestal hebben de knaagdieren slechts twee snijtanden
in iedere kaak, doch deze zijn zeer scherp en sterk, en groeien
gestadig aan, dat met de tanden der overige dieren niet plaats
heeft. Dit is inderdaad eene weldaad voor deze dieren, want zij
schaven met hunne snijtanden gedurig aan allerlei voorwerpen,
waardoor hunne tanden al heel spoedig zouden afslijten en on-
bruikbaar worden, indien zij niet weder aangroeiden.