Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
lieeft langere voorpooten, zootlat hij het bovenlijf rechtop kan
houden, kleiiie ooren, zwemt bijzonder snel, en loopt op het
droge veel vlugger dan de zeehond. Het haar van den hals is
bij het mannetje iets, doch weinig langer dan op liet overige
lichaam; vandaar de naam van zeeleeuw.
De Walrus is ook veel grooter dan de zeehond, daar hij wel
zes ellen lang en omtrent duizend ponden zwaar wordt. Hij
onderscheidt zich van den zeehond voornamelijk door de lange
hondstanden, die hij in de bovenkaak heeft, en die hem wel vijf
of zes palmen naar beneden uit den mond steken. Zijne pooten
zijn nog minder tot kruipen en klauteren geschikt dan die van
den zeehond, en toch weet hij evengoed als deze, hoewel lang-
zaam, tegen vi'ij steile rotsen en ijsbrokken op te klimmen, waarbij
hij zich zeer goed van die lange tanden weet te bedienen. Men
vangt hem voornamelijk om zijn spek, waarvan men traan kookt;
ook is zijne dikke huid dienstig voor sterke riemen, terwijl zijne
groote tanden vooral niet minder dan het ivoor der olifantstanden
geacht worden.
6. INSECTEN-ETENDE DIEREN.
Nu moeten wij nog over eenige dieren spreken, wier fijn ge-
punte kiezen bijzonder goed
ingericht zijn, om zulke
kleine dieren te verslinden.

Fig. 7. Egel.
De Egel wordt ook
die geen beenderen hebben,
zooals torren, rupsen, wor-
men en dergelijke, welke
dan ook hun voornaamste
voedsel uitmaken,
wel eens stekelvarkentje genoemd, doch