Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
De Bruine heer is wel het grootste roofdier van Eui-opa, maar
niet het gevaarlijkste, dewijl hij veel plantenvoedsel gebruikt, en
alleen oude beeren zich meer met vleesch voeden. Deze vallen
zelfs herten, rendieren, koeien en paarden aan, die zij met gemak
kunnen wegsleepen, want hunne sterkte is verbazend; geraakt
mensch of dier tusschen hunne sterke pooten, dan is hun dood
zeker. Toch ontzien de jagers zich niet op de beeren jacht te
maken, niet alleen omdat zij lastige buren zijn, maar hunne
huid met de lange, warme hai-en goed betaald wordt, en het vleesch
van den jongen beer zeer goed is om gegeten te worden. Door
list en geweld tracht men den beer meester te worden, waarbij
somtijds de jager eene groote tegenwoordigheid van geest en veel
moed aan den dag legt. Verbeeld u eens: — de jager, wel
bekend met de gewoonte van den beer, van zich op de achterste
pooten te zetten, om met de voorste zijnen vijand aan te vallen
en dood te drukken, wacht juist daarop, om hem met zijne lans
te doorboren. Gemakkelijker is het den beer in den winter te
vangen, dewijl hij dit jaargetijde grootendeels in een diepen
slaap doorbrengt, liggende in een hol, dat hij gevonden of zelf
gegraven heeft. Vooral in Polen, waar de beeren nog al talrijk
zijn, tracht men ze levend te vangen, om hen, zoo als het heet,
tot dansen af te richten, en ze dan in Duitschland, Engeland en
ons vaderland, waar de beeren geheel uitgeroeid zijn, aan het
volk, voor geld te vertoonen.
De Grauwe beer is een bewoner van het noordwestelijk ge-
deelte van Noord-Amerika. Het is een woest en sterk roofdier,
grooter dan de gewone beer, daar hij veelal eene lengte van meer
dan derdehalf el bekomt. Dikwerf overvalt hij talrijke kudden
buffels, die zich met hunne vreeselijke horens niet tegen zijne
woede kunnen verdedigen, zoodat hij er somtijds verscheidene
met zijne ijzeren pooten en scherpe tanden doodt, eer hij er een