Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
iiouden, dan tracht de jager liet door den rook van brandend
stroo er weder uit te (hijven, dat evenwel niet altijd gelukt.
De Otter onderscheidt zich onder de dieren, die met de marters
overeenkomen, door een vlies tusschen de teenen, dat gij ook
wel eens bij de eenden en ganzen zult opgemerkt hebben. Hij
is daardoor des te geschikter om te zwemmen, en daar hij het
ook een geruimen tijd onder water uithouden kan, is hij een ge-
duchte vijand voor de visschen, die zijn voornaamste voedsel uit-
maken. Hij bereikt de lengte van zes palmen, en heeft nog al
wat visschen tot zijn onderhoud noodig, en daar hij ook nog de
gewoonte heeft meer visschen te dooden, dan hij kan opeten,
zoo zijn de visschers zijne vrienden niet. Zij trachten hem op
allerlei wijzen te vangen en te dooden, te meer, omdat zijne huid
nog al geacht wordt. Merkwaardig is de leerzaamheid der otters,
•long gevangen, worden zij niet alleen tam, maar men kan hun
ook leeren den visch, dien zij vangen, aan land bij hunnen
meester te brengen. De moeite evenwel, die er aan verbonden
is, om hen zoodanig af te richten, zal wel de oorzaak zijn, dat
men zich van deze wijze van viscli vangen zeer zelden bedient.
De Zeeotter in Noord-Amerika en Kamschatka is zeker nog
eens zoo groot als de gewone otter. Hij heeft eene kostbare,
fluweelachtige, donkerbruine huid, die, vooral in China, met 150
tot 300 gulden betaald wordt. Het groote voordeel, dat daar-
door verkregen wordt, heeft echter de begeerlijkheid der menschen
zoo zeer opgewekt, dat zij dit dier bijna uitgeroeid hebben.
De roofdieren, waarvan wij thans willen spreken, onderscheiden
zich door hun ineengedrongen lichaam, hunne dikke ledematen
en korten staart. Het zijn de beeren; zeker zeer gevaarlijke
«lieren, met geduchte snij- en hondstanden voorzien; maar hunne
kiezen duiden aan, dat zij zich niet uitsluitend met vleesch be-
hoeven te voeden, en ook zeer wel plantenvoedsel kunnen gebruiken.