Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
;50
Ook heeft hij het vermogen om een ergen stank van zich te
geven, die, wanneer hij vervolgd of gekweld woi'dt, zoozeer toe-
neemt, dat zijn vijand daardoor genoodzaakt wordt hem te ver-
laten. Vooral is de bunzing een gevaarlijke vijand van gevogelte,
daar hij, hoe klein ook, zelfs ganzen durft overvallen. Kan hij
de hoenders niet bemachtigen, dan tracht hij ten minste hare
eieren te stelen en naar zijn nest te dragen. Geen wonder der-
halve, dat men hem op allerlei wijze tracht uit te roeien. Het
fret is niet, zooals de bunzing, in al de gematigde streken van
Europa te huis. Hij is afkomstig uit het noorden van Afrika,
van waar de Spanjaarden het ten tijde der Romeinen naar hun
land overgebracht hebben, om zich van de konijnen te verlossen,
die bij hen zoo vermenigvuldigd waren, dat zij tot een grooten
overlast verstrekten. Sedert dien tijd is het fret in Spanje ver-
menigvuldigd en aan de luchtstreek gewoon geworden, zoodat hij
(laar evengoed aarden kan, als in zijn oorspronkelijk vaderland.
Daar het fret zulk een geduchte vijand van konijnen is, hebben
de jagers de gewoonte, het op de jacht dezer dieren te gebruiken.
Daarom houden zij dan eenige fretten in hokken, voeden die met
brood en melk, en steken er een paar in de jagertasch, als zij
op de jacht gaan. Eerst trachten zij door hunne honden en door
geschreeuw de bloode konijnen in hunne holen te drijven, stoppen
de meeste uitgangen daarvan toe, en plaatsen voor de overige
uitgangen netten. Dan laat men een wel gemuilband fret in
een der openingen, waarop de konijnen voor hun bloeddorstigen
vijand de vlucht nemen, en in hunnen angst in de netten storten,
die de jagers hun gespannen hebben. Maar waarom wordt het
fret gemuilband? Wel, indien men deze voorzorg niet gebruikte,
zou het de konijnen dooden, hun het bloed afzuigen, en als het
verzadigd was, zich op zijne slachtoffers te slapen leggen. Blijft
het fret, in weerwil der genomen voorzorgen, zich in het hol op-