Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
de schade, die hij aanricht en ook om zijn vel gevangen, schoon
niet veel in ons vaderland, en wel eenvoudig omdat hij hier niet
veel gevonden wordt. Ook in Engeland woi'dt hij niet veel aan-
getrofTen. Overigens zijn de gewone marters door geheel Europa
en westelijk Siberië verspreid, doch woi'den wel het meest in het
laatstgenoemde land en in het nooi'den van ons werelddeel ge-
vangen.
De Huismarter of Steenmarter, die nog zeldzamer in ons
vaderland gevonden wordt, laat zich gemakkelijk van den gewonen
marter onderscheiden, daar hij aan de keel niet geel maar wit
is. Hij bewoont niet alleen bosschen , maar ook boerenhuizen en
schuren, en weet soms in de duiven- en hoenderhokken te komen,
waarin hij groote verwoestingen aanricht. Hij begint met alles
dood te bijten, wat hij bereiken kan, en sleept vervolgens, als
hij kan, de gedoode vogels in zijne schuilplaats. Gij begrijpt wel,
dat men zulk een lastigen huisgenoot niet duldt, en hem op alle
mogelijke wijzen tracht te vangen of te verdi'ijven.
De Sahelmarter is aan de keel grijs en heeft een zeer fraai
en veel gezocht bont. Hij leeft in Siberië en Noord-Amerika, en
wordt aldaar met grooten ijver vervolgd en gevangen. Deze jacht
Iieeft eigenlijk aanleiding gegeven, dat men dieper in Oost-Siberië
gedrongen is, en dat land daardoor als het ware ontdekt heeft.
Maar de sabelmarter wordt niet voor vermaak gevangen, want
men gaat hem opsporen gedurende den strengen winter in de
onbewoonde en woeste streken, waarin hij zijn verblijf houdt;
en wel omdat zijn vel des winters dicht met fijn, zacht, zwart
haar bezet en veel geld waard is. Des zomers is hij donkerbruin
en veel minder dicht met haar bewassen; zijn zomerpels is dan
ook van veel minder waarde.
De Wezel en Hermelijn zijn zeker kleine roofdieren, maar zij
bezitten grooten moed en zijn zeer bloeddorstig. Gelukkig dat zij