Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
op roof uit, die in hazen en dergelijke dieren bestaat, en daarbij
verteert hij ook rottend vleesch, maar zelden komt het voor, dat
hij ook schapen wegsteek. Ilij is dus zoowel nuttig als scha-
delijk te achten.
De roofdieren, die wij tot dusver beschouwden, loopen eigen-
lijk op liunne teenen. Die nu volgen zetten bij het loopen de
voetzolen plat op den gi-ond, evenals de mensch. Men noemt de
eerste daarom vingertreders en de andere zooltreders.
Tot die zooltreders behooren in de eerste plaats de Marter en
eenige dieren, die met hem overeenkomen, en wel voornamelijk
daarin, dat zij een lang uitgestrekt lichaam en korle pooten
hebben, zoodat zij in staat zijn door vrij kleine openingen te
kruipen.
De gewone Marter of Boommarter is nauwelijks drie palmen
lang. Hij heeft glanzige, bruine haren en op de keel eene rood-
gele vlek. De bosschen zijn
zijn geliefkoosd verblijf, want
^ daar kan hij met zijne gewone
vlugheid de boomen beklimmen
^ en zijn voedsel opzoeken. Hij
zoekt behendig en listig de
vogels op hunne nesten of o]>
Fig. 4. Fret. de takken te overvallen, en
versmaadt ook geenszins de
eieren, die hij in de nesten vindt. Hij is een bittere vijand der
eekhorentjes, die hij tusschen de takken zoo lang vervolgt, tot
zij, van vermoeidheid afgemat, hem niet langer kunnen ontvluch-
ten. Maar niet alleen op de boomen zoekt de marter zijne prooi;
hij vangt ook hazen, konijnen, ratten en muizen, zelfs slangen
en hagedissen. Kan hij in de bijenkorven komen, dan zal hij
niet nalaten duchtig van den honig te snoepen. Hij wordt om