Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
ile menschen van hen hebben, zal wel voornamelijk daardoor
ontstaan zijn, dat zij meer het rottende dan het versche vleesch
beminnen, en van allerlei walgelijk vuilnis leven, ja, dikwerf
rottende lijken verslinden. Of het waar is, dat zij de gewoonte
hebben van op de begraafplaatsen de lijken uit den grond op te
graven om er hunne vraatzucht mede te stillen, kan ik niet met
zekerheid zeggen. Intusschen doen zij in heete gewesten veel
nut, door het opruimen van krengen en rottend afval, welke
walgelijke dingen zij gedurende den nacht zelfs uit de straten der
steden komen weghalen. Evenwel zijn hun onaangenaam en
borstelig voorkomen en gekromde rug, waardoor zij eenige over-
eenkomst met het zwijn hebben, hun groote tanden en hun slui-
pende gang wel geschikt om afkeer te verwekken, en kan het
den landman niet aangenaam zijn, wanneer verscheidene dezer
dieren rondom zijn hof dwalen, om het gestorven vee weg te
slepen, en bij gebrek daaraan het zieke en eindelijk ook het ge-
zonde aan te vallen. Daarom maken ook de bewoners van het
Kaapland ijverig jacht op de hyena's, waarbij de honden uit-
muntende diensten bewijzen.
De hyena's onderscheiden zich van alle andere roofdieren door-
dat hun lichaam van achteren aanmerkelijk lager dan van voren
is. De gestreepte is ruim ééne el lang, en heeft alzoo de grootte
van een grooten wolf. Hij is met lange, grove haren bedekt,
welke langs een gedeelte van den rug overeind staan, geelachtig
grijs van kleur zijn, en geteekend met zwarte strepen. De ge-
vlekte hyena onderscheidt zich van den voorgaanden door zijn
meer donkerkleurig haar, dat met vlekken geteekend is, die wel
eenigermate naar de vlekken eens panters gelijken. Aan de Kaap
de Goede Hoop is hij zeer algemeen, en ook onder den naam
van t^jgericolf bekend. Hij houdt zich aldaar op in het hooge
riet of in de holen der bergachtige streken. Des nachts gaat hij