Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
(Ie mol slechter ziet dan eenig ander dier, zoo is daardoor het
spreekwoord ontstaan: Op de gebreken van anderen zien de
menschen als de los, maar op die van zich zeiven als de mol.
Gelijk ik zeide, bezitten de roofdieren van het kattengeslacht
de eigenschap dat zij hunne nagels kunnen terugtrekken. Maar
de Jachttijgers, die in Azie en Afrika leven, kunnen dat niet.
Zij zijn zoo groot als een luipaard, maar liooger op de pooten
en met een kleiner kop, en fraai met ronde zwarte vlekjes op
een rossen grond geteekend. In Perzie en Indie worden zij ge-
temd en als honden op de jacht afgericht.
De Civet onderscheidt zicli mede daardoor van de katten, dat
zij hare nagels slechts gedeeltelijk kan terugtrekken, hoewel ge-
noeg om ze altijd scherp gepunt te laten blijven. Zij is wat
langer van lichaam dan eene gewone kat, doch naar evenredig-
heid iets lager op de pooten. Hare lange, ruwe haren zijn grijs
met onregelmatige bruine of zwarte vlekken en strepen, en
langs den rug heeft zij eene rij lange, overeind staande haren.
De civet wordt minder in Azië, dan wel in Afrika gevonden,
waar zij voornamelijk Abyssinië bewoont. Zij loopt en springt
met groote snelheid, en gaat bij dag en bij nacht op roof uit,
zoodat zij eene geduchte vijandin voor vogels en kleine zoogdieren
is. Merkwaardig is het, dat dit dier een zeer aangenamen geur
verspreidt.
Nu zullen wij weder over roofdieren spreken, die hunne nagels
in het geheel niet kunnen intrekken, en beginnen met den Hgena,
die langen tijd als het wreedste en verschrikkelijkste roofdier be-
schouwd werd. Thans kent men hem beter. Noch de gestreepte
hyena in Noord-Afrika en in het zuiden van Azië, noch de ge-
vlekte in Zuid-Afrika, wordt door de inwoners dier landen zeer
gevreesd. Zij hebben wel geen aangenaam voorkomen, en hun
nachtelijk gehuil heeft iets akeligs, maar de groote afkeer, dien