Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
wordt de leeuw zelden gemist; hij wordt daarin meestal zeer mak
en gehoorzaamt zijnen meester, wien hij vaak zijne genegenheid
toont, evenals een hond. Of daarom het verhaal van den weg-
geloopen slaaf, Androcles , die eenen leeuw een doren uit den
poot trok, en later, toen hij tot straf voor de wilde dieren ge-
worpen werd, door het dier gespaard en gered werd, volkomen
waar zij, durf ik niet verzekeren. Zoo ook verhaajt men van
eenen ridder, die in Palestina eenen leeuw van eene groote slang
redde, die hem omslingerd had, welke leeuw daarna zijnen redder
overal volgde als een getrouwe hond, tot dat hij, toen hij het
schip waai op deze zich bevond nazwom, in de golven omkwam.
Dit aardige verhaal kan daarom niet waar zijn, omdat er in
Palestina geene groote slangen gevonden worden, zoomin voor-
heen als thans.
Onder de roofdieren van het kattengeslacht, waarvan ik u nog
iets wil vertellen, behoort de Los of Lijnx. Dit bloeddorstige
roofdier vermoordt dikwerf meer, dan het verteren kan, somtijds
in éénen nacht wel dertig schapen, wien hij de bloedaders aan
den hals afbijt en het bloed afzuigt. Hij is tweemaal zoo groot
als een wilde kat, en heeft een geelroode huid met donkerbruine
vlekken, en aan het puntje van ieder oor een aardig opstaand
haarkwastje. Hij beklimt met groote vlugheid de boomen om de
vogels zoo mogelijk te overvallen, en wilde katten of eekhorentjes
te vangen. Voorheen was de los door geheel Europa verbreid;
maar thans is hij in de meeste landen van ons werelddeel uitge-
roeid, en wordt alleen in Europa's noordelijke streken nog aan-
getroffen. In Siberië vindt men mede eenen los, wat grooter
dan de gewone, en in Kanada een, die wat kleiner is. De huid
dezer dieren woi'dt als een kostbaar bontwerk beschouwd en duur
betaald. Als eene bijzonderheid merkt men van lossen op, dat
zij een uiterst scherp gezicht hebben, en daar men meent, dat