Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
hoek op voorbijsnellende diei-en loert en hen met groote snelheid
bespringt, dewijl hij hen in hunnen loop niet zou kunnen inhalen.
Hij ontwijkt de jnenschen, ten minste zoekt hij altijd zulke
streken op, die niet of bijna niet door menschen bewoond wor-
den. Wordt hij echtei- aangevallen, dan verweert hij zich met
grooten moed, en rent niet in blinde woede op zijnen aanvaller
los, gelijk de tijger en panter doen, maar hij overlegt eerst zijnen
sprong, die dan ook zelden mist, althans zoo de jager, die er
op bedacht moet zijn dat de leeuw eenige oogenblikken noodig
heeft om zich tot den aanval te bereiden, hem in dien tusschen-
tijd niet nedervelt. Doet hij dit niet, dan is hij naar alle waar-
schijnlijkheid verloren; want een enkele slag, door den leeuw
met zijnen poot toegebracht, kan een,os nederwerpen. En vluch-
ten? — dat is zoo goed als een zekere dood, want hoewel de
leeuw door vele dieren in het snel loopen overtroffen wordt, haalt
hij toch gemakkelijk een vluchtend mensch in, en doodt hem eer
er hulp kan opdagen. Voor een moedig man echter, die den
leeuw met vaste blikken onder de oogen ziet, deinst deze koning
der dieren veelal langzaam terug, zonder een sprong te durven
wagen. Gelijk alle andere groote en sterke roofdieren, trekt de
leeuw het vleesch van menschen aan dat van dieren voor, en
zal hij, eenmaal menschen vleesch geproefd hebbende, liever men-
schen dan dieren aanvallen, en dan nog wel liever zwarten dan
blanken (*). Indien hij echter verzadigd is, zal hij menschen,
die hem niet deren, ongemoeid laten, maar is hij hongerig,
dan zal een gansch gezelschap hem niet afschrikken, om zich op
(*) Een Hottentot, die oj) eenen boom gevlucht was, werd twee dagen lang
door eenen leeuw, die naar zijn vleesch hunkerde, bewaakt, tol eindelijk de honger
het roofdier noodzaakte, elders wat te eten te zoeken. Gelukkig voor den armen
man, die nu ook wel honger gehad zal hebben, dat de leeuw geene boomen kan
beklimmen.