Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
als hij maar kan de keel afbijt en hun bloed uitzuigt zonder hun
vleesch te verslinden. Gelukkig wordt dit dier niet zoo groot en
sterk als de jaguar, daar hij niet veel langer wordt dan ééne el.
De kleur van zijn haar is aschgrauw, en hij heeft vlekken noch
strepen. Hij bewoont zoowel Noord- als Zuid-Amerika, en wordt
zonder gevaar door de jagers aldaar gedood. Hij laat zich ook
gemakkelijk tam maken, en toont vei'volgens gehechtheid aan
zijnen meester, door wien hij gaarne gestreeld woi-dt en wien hij
als een hond gehoorzaamt.
Er zijn in Azie, Afrika en Amerika nog andere soorten van
katten met eene fraai gevlekte huid, die de grootte van de tamme
kat bezitten of niet zoo heel veel grooter zijn. Men noemt deze
met een algemeenen naam Tijger-katten.
Hoewel de Leeuw, wat zijn uiterlijk voorkomen betreft, min-
der op eene kat gelijkt, dan de dieren van het kattengeslacht
waarvan ik u reeds eenige bijzonderheden heb medegedeeld, be-
hoort hij toch nu door mij vermeld te worden, dewijl hij ook de
kenmerken bezit, welke de roofdieren van het kattengeslacht met
elkander gemeen hebben. Hij verschilt echter in gestalte en kleur
naar de landen, die hij bewoont. Over het algemeen is hij geel-
bruin van kleur. Op het hoofd en rondom den hals heeft de
mannelijke leeuw zeer lange haren, die men zijne manen noemt,
en welke bij de leeuwin niet te vinden zijn. Voor het overige
zijn zijne haren kort, behalve aan het uiteinde van den staart,
waaraan zich een dikke haarbos bevindt.
Reeds in ouden tijd werd de leeuw om zijne sterkte de Koning
der dieren geheeten, en men heeft zijnen moed, zijne grootmoe-
digheid en dankbaarheid zeer geroemd, maar in later tijd hebben
reizigers, die den leeuw in zijn vaderland, Afrika, nader hebben
leeren kennen, ons geleerd dat men hem wat al te veel geprezen
heeft. Hij is een sterk en woest roofdier, dat in zijnen schuil-