Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
woesten aard aflegt, als de hond, on veelal meer gehecht is aan
het huis, waarin zij woont, dan aan de huisgenooten. In de
bosschen van Duitschland en Frankrijk treft men ook wilde katten
aan, die grooter en sterker zijn dan de huiskatten. Zij ver-
slinden eene menigte vogels, eekhorentjes en jonge hazen, en
worden voornamelijk om haar vel gevangen, dat evenwel niet
veel waarde heeft.
De Tijger is ongetwijfeld het vreeselijkste van alle roofdieren,
zoodat zijn bloeddorst tot een spreekwoord is geworden. In Indië
en Bengalen, waar hij het meest wordt gevonden, moeten som-
tijds gansche dorpen verlaten worden, omdat de inwoners zich
niet genoegzaam tegen de menigvuldige aanvallen der tijgers
kunnen beschermen. Het is zelfs gebeurd, dat een soldaat, te
midden zijner met hem voortmarcheerende makkers, eensklaps door
eenen tijger, die uit het dichte bosch te voorschijn sprong, werd
aangegrepen, en met eene snelheid. die alle hulp onmogelijk
maakte, werd weggesleept. Zelfs een ruiter moet met groote
behoedzaamheid zijnen weg vervolgen, omdat een tijger met on-
begrijpelijke snelheid achter op zijn paard zou kunnen springen,
hem er afsleuren en verslinden. Moedige jagers trachten dan
ook op alle mogelijke wijzen de tijgers te vangen, niet alleen om
het getal dezei' verschrikkelijke dieren te verminderen, maar ook
omdat hunne huid goed betaald wordt. De tijgerjacht is echter
eene gevaarlijke bezigheid, waarbij niet zelden menschen omkomen.
Immers moet een dier van meer dan twee ellen lang, gewapend
met verschrikkelijke tanden en klauwen ter grootte eens vingers,
wel zeer gevaarlijk zijn; te meer daar het zoo sterk is, dat het
een paard of een os in den bek kan nemen en daarmede weg-
snellen, gelijk de wolf met een lam, en daarenboven de behen-
digheid en vlugheid bezit van eene kat. Op boomen klimmen
kan de tijger evenwel niet. De tijger is een zeer schoon dier,