Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
De ontmoetingen, die jagers en reizigers somtijds met wolven
gehad hebben, doen ons zien, dat deze dieren waarlijk zoo dom
en lafhartig niet zijn, als men wel eens denkt. De volgende
trek van eene wolvin doet ons althans zien, dat zij slim genoeg
zijn, om somtijds een nakend gevaar te kunnen voorzien en ont-
wijken. Een herdersknaap hoorde in een dicht boschje eenig
geritsel. Hij gaat er op af en vindt een nest met jonge wolven,
die hij terstond opneemt, om ze mede te nemen. Eensklaps
komt de oude wolvin met opgerezen haren, fonkelende oogen en
geopenden muil op hem af. De knaap laat van schrik de wolfjes
vallen en heft een luid geschreeuw aan. Hij ware echter verloren
geweest, indien zijn trouw hondje het roofdier niet moedig had
aangevallen. Het arme dier vermocht echter niets tegen zulk
een vreeselijken vijand, en werd spoedig verscheurd. Intusschen
vond de herdersknaap daardoor gelegenheid, om door eene snelle
vlucht te ontkomen. Hij ijlde naar het dorp, zocht hulp, en
keerde, van eenige kloeke en welgewapende mannen vergezeld,
naar het bosch terug. Daar vond men echtei- slechts liet ver-
sclieurde hondje en het warme nest. De wolvin had hare jongen
i-eeds in veiligheid gebracht.
Er zijn in andere werelddeelen nog meer soorten van wolven.
De Jakhals of Goudwolf is kleiner dan de wolf, grijsachtig
geel met zwart, en behoort in Azie en Afrika thuis.
De Vos is een roofdier, welks slimheid tot een spreekwoord
geworden is. En hoewel er nu veel van hem wordt verteld en
naverteld, waaraan men niet zoo terstond geloof kan hechten, is
het toch niet te ontkennen, dat hij zeer listig, en zijne sHmheid
waarlijk verwonderlijk is. Hij is niet grooter dan een kleine
hond, lager op de pooten dan de wolf, en met een langwerpigen
rechtopstaanden oogappel (pupil), terwijl deze bij de wolven en
honden rond is. Hij heeft een geelbruine vacht, die echter op