Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
wordt in de bosschen van de meeste landen der aarde aangetroffen.
In Engeland is het echter geheel uitgeroeid, en uit ons vaderland
zooals ook uit Duitschland bijna geheel vei-dreven. Hoewel de
wolven zich doorgaans niet met huns gelijken opliouden, dewijl
zij de gezelligheid niet beminnen, verlaten zij toch somtijds des
winters, door den honger gedreven, in groote troepen de bosschen
en wildernissen, en richten dan veelal eene groote verwoesting
aan onder schapen, runderen en paarden, ja, vallen zelfs men-
schen aan. Gij begrijpt, dat de landlieden zich dan spoedig ver-
eenigen , om deze vreeselijke gasten te dooden of naar de bosschen
terug te drijven. De wolf is even listig als sterk en bloeddorstig.
Somtijds houdt liij zich schuil en wacht eene goede gelegenheid
af om een schaap van de kudde aan te grijpen en er in aller ijl
mede weg te vluchten, eer de herder of zijn waakzame hond het
kunnen beletten. Ook sluipt liij wel eens den reiziger na, die
te paard door een bosch trekt, en loeit op eene goede gelegen-
heid, om, als de ruiter eens afstapt, het paard bij de keel te
grijpen en te dooden. Dikwerf krabt hij des nachts de aarde
onder de schaapskooien weg, en, binnengeslopen, laat hij geen
enkel schaap leven. Dit is enkel bloeddorst, ofschoon men ver-
zekert , dat de wolf op eens twee schapen kan verslinden, en na
zich verzadigd te hebben, nog eenige der gedoode wegdraagt
en verbergt. Geen wonder waarlijk, dat de bewoners van die
streken, waarin zich dikwerf wolven vertoonen, steeds op hunne
hoede zijn, en alle middelen in het werk stellen om den gevaar-
lijken vijand afbreuk te doen. Goede honden zijn daartoe zeer
dienstig, want deze trouwe en moedige dieren zijn geboren vijanden
der wolven, en vallen hen met de grootste verwoedheid aan.
Ook tracht men de wolven dood te schieten, in kuilen te vangen
of door vergiftigd vleesch, dat men voor hen nederlegt of hun
toewerpt, te doen sterven.