Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van dat der voorgaande door niets minder dan den Atlantischen
oceaan gescheiden is; want zij behooren in Amerika te huis. Dat
kan men dikwerf aan liunnen staart zien, doordien alleen in de
nieuwe wereld apen gevonden worden, die zich van hunnen staart
als van een langen vinger kunnen bedienen, en er zich, als
met eene vijfde hand, aan de boomtakken mede vasthouden.
Hoewel nu niet alle apen van Amei'ika van zulke grijpstaarten
voorzien zijn, vindt men er toch geene apen zonder staart. Alle
ecliter onderscheiden zij zich van de apen der oude wereld daar-
door, dat zij vier kiezen meer hebben; maar geen liunner is van
wangzakken voorzien.
De Brulaap leeft in de bosschen van Zuid-Amerika, en heeft
dezen naam verkregen van het onaangenaam geschreeuw, dat hij
veelal des morgens en des avonds doet hooren. Men kent een
roodbruinen en een zwarten brulaap, wiei- vleesch door de
Indianen gegeten en voor welsmakend gehouden woi-dt. Het zou
ons zeker niet zeer bevallen, het vleesch van een dier te eten,
dat in zoo vele opzichten op den mensch gelijkt. De Indianen
bekommeren zich echter weinig hieiover, en maken vlijtig jacht
op deze dieren; maar niet alleen om hun vleesch, want ook hunne
met zachte haren bedekte huid kan tot velerlei gebruik dienen.
Het is echter niet altijd gemakkelijk hen te vangen, dewijl de
jager dikwerf den doodgeschoten aap niet of zeer moeielijk kan
bekomen, als deze, zelfs na zijnen dood, met zijnen grijpstaart,
die hij om een hoogen tak gekruld had, hangen blijft.
In Amerika vindt men nog een geslacht van apen, die men
Ouistitis noemt. Die naam is vreemd, maar de fraaie, kleine
dieren, die hem dragen, zouden u echter wel bevallen. Zij onder-
scheiden zich van alle andere apen, doordat hunne nagels gebogen
en spits zijn, nagenoeg als die eener kat, behalve die van de dui-
men der voorpooten. Zij hebben zakwangen noch grijpstaarten,