Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
staan, indien hij zich niet in de eenzaamlieid heeft weten te ver-
bergen, om zijnen maaltijd te gebruiken.
De Orang-Oetan of boschmensch heeft zulke zakwangen niet
en bezit ook geen staart, zooals de meeste aapsoorten der oude
■wen^ld hebben. Zijne armen zijn zeer lang en zijne ooi'en klein,
maar zijne lippen zijn ook lang, en hij kan ze ver vooruitsteken
en op velerlei wijze bewegen. Hij wordt bijna zoo groot als een
mensch, en is, met uitzondering van de binnenvlakten der han-
den, van het gelaat en van de borst, geheel met donkerbruine
haren bedekt. Hij is moedig en sterk, en verdedigt zich tegen
zijne vijanden, zelfs tegen den mensch, met groote onverschrok-
kenheid. Hij leeft eenzaam of bij troepen in de dichte bosschen
van de eilanden Borneo en Sumatra. Jong gevangen, kan hij
gemakkelijk tam gemaakt en op allerlei kunstjes afgericht woï'den.
Hoe moeielijk het gaan op den grond hem ook valt, verlaat hij
toch zijne bosschen somtijds, — misschien wel, als hij geene
vruchten genoeg vindt, — en begeeft zich naar het strand om
oesters te eten. Men verhaalt, als een bijzonder blijk van zijne
slimheid, dat hij eerst een steentje tusschen de geopende schelpen
van den oester werpt, eer hij dit dier uit zijne harde woning
neemt, opdat het zijne schelpen niet zou kunnen sluiten, en dus-
doende zijne vingers vastklemmen.
De Gorilla^ die in West-Afrika leeft, is nog grooter dan de
Orang-oetan en buitengemeen leelijk, vooral als hij woedend is.
De negers (zoo noemt men de zwarte bewoners van West-Afrika)
vreezen dezen aap zeer, daar hij niet alleen reuzenkrachten bezit,
maar ook zeer woest en boosaardig is en voor den mensch niet
op de vlucht gaat. Een gorilla te dooden wordt dan ook voor
een bewijs van grooten moed gehouden. Een slaaf der Mpongwers
had op de olifantenjacht eens twee gorilla's geschoten. Om deze daad
kreeg hij zijne vrijheid en werd tot koning der jagei's uitgeroepen.