Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zijde tanden, die puntig en een weinig langer zijn; men noemt
ze honds- of hoektanden. Op deze volgen de maaltanden of kiezen,
die van boven plat en met kleine knobbels voorzien zijn. In het
geheel heeft een volwassen mensch twee en dertig tanden, te
weten: acht snijtanden, vier hondstanden en twintig kiezen.
De tanden der dieren verschillen naar het voedsel, dat zij ge-
bruiken; vandaar, dat een bekwaam natuurkenner aan het gebit
van eenig dier zien kan, waarvan het leeft, en daaruit kan
afleiden hoedanige uitwendige ledematen het bezitten moet, om
zijn voedsel te kunnen bekomen.
2. VIERHANDIGE DIEREN.
Deze diei'en onderscheiden zich van de andere daardoor, dat zij
vier handen hebben. Het eerst
moeten wij hier van de apen spreken,
die een kind, om hunne aardige
kuren en grimassen, niet lang zon-
dei' lachen zal beschouwen. Zij ge-
lijken van alle dieren het meest op
den mensch , maar hun aard is toor-
nig, grillig, ondankbaar en wraak-
gierig. Oud gevangen , zijn zij woest
en wild, en blijven ontembaar, of
sterven spoedig van droefheid over
het gemis hunner vrijheid. Zoolang
zij jong zijn, laten zij zich gemakkelijk temmen en tot allerlei
kunstjes africhten, maar in verderen ouderdom neemt hunne
slechte geaardheid meestal geheel de overhand.
Op den grond kunnen de apen, zelfs op hunne vier handen,
moeielijk loepen, en nog moeielijker op twee; maar in de boomen
Fig. 1. Baviaan.