Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4. de m e n s c h.
De Mensch is dus ook een Zoogdier, wat zijn lichaam aangaat.
Maar hij is daarenboven een redelijk wezen, d. i. een wezen,
dat zijne denkbeelden in woorden kan uitdrukken, met andere
woorden, spreken, en daarom denken kan. Want denken is
eigenlijk met of in zich zelf spreken. De papegaai, de ekster
en andere vogels kunnen ook wel wooixien leeren nazeggen, maar
zij kunnen hunne denkbeelden niet in spraak uitdrukken, en dus
ook niet denken. Van die zijde beschouwd staat de mensch ver
boven alle dieren en is er nauwelijks mee te vergelijken. Het
lichaam van den mensch onderscheidt zich van dat der dieren
daardoor, dat hij twee handen heeft. Dat onze voeten geene
handen zijn, weet een klein kind wel; maar weet gij het voor-
name onderscheid tusschen hand en voet wel op te geven? Be-
proeft eens, of gij niet de toppen van uwe vingers één voor één
tegen den top vari uwen duim kunt plaatsen; maar gij kunt de
toppen van uwe teenen niet tegen den top van uw grooten teen
brengen. Nu weet gij het onderscheid tusschen hand en voet.
Men zou dus den mensch een tweehandig dier kunnen noemen.
Hoezeer de menschen op aarde zeer van elkandei- ondersclieiden
zijn, is er echter slechts ééne soort van menschen. Het voedsel,
de levenswijze en de gesteldheid van lucht en grond liebben echter
op het menschelijk lichaam zulk een grooten invloed, dat het
uiterlijk voorkomen der menschen zeer verschillend is.
Wij, Europeanen, als ook de bewoners van Klein-Azië, Arabië
en Perzië hebben eene meer of minder blanke huid, een ovaal
hoofd en gelaat, blozende wangen en lange, zachte haren. Wij
behooren tot het dusgenoemde Kaukasische ras; want men ge-
loofde, dat de volksstam, waarvan wij en de bewoners der ge-