Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Men leest in de Leeswijzer:
Nog een enkel woord van oprechte waardeering moet mij van het hart voor de
lieve plaatjes, die ik met raiine kinderen genoten en bewonderd heb. De Heer
Tjeenk Willink verdient inderdaad een woord van Imlde en dank voor zulk een
smaakvolle en blijkbaar con amore nitgevoerde uitgave van alleraardigste schoolboekjes,
die zich bepalen tot de bescheiden prijzen van 20 tot 35 cents.
Moge het debiet geévenredigd zijn aan den arbeid van den schrijver en de zorg
des uitgevers!
Zaandam^ 22 Aug. '84. C. van der Zeijde.
In Vooruit 31 Maart 1882 leest men:
«Met zeer veel genoegen heb ik kennis gemaakt met het vierde stukje van
Mijn lee^ren is spelen^ een leesboekje voor de volksschool door J. C. Bouwmeester.
De daarin voorkomende verhalen zijn in een boeienden stijl geschreven en zullen
den kinderen, voor wien ze bestemd zijn. zeer zeker uitstekend bevallen; ook de
versjes laten zich met genoegen lezen en elk kind kan ze begrijpen, iets, dat niet
altijd met versjes in schoolboeken 't geval is.
Zonder voorbehoud mag ik dit boekje mijne medeonderwijzers aanbevelen.
G. A. V. v. O."
In de Wekker van 28 Juli 1880 leest men:
„MIJN LEKRKN IS SPELEN.
Deze versregel van onzen oudsten kinderdichter is door den heer J. C. Bouw-
meester tot titel gekozen van een drietal leesboekjes voor de volksschool, die bij
den uitgever W. E. J. Tjeenk Willink te Zwolle zijn verschenen. De prettige
toon, waarin de lessen zijn geschreven en de nuttige strekking er van namen mij
zóó in, dat ik meende, aan mijne middelklasse een uitstekenden dienst te bewijzen
met de invoering van dit nieuwe leesboek. Hier vinden wij eens weer in Neder-
landschen stijl Nederlandsche toestanden, de vaderlandsche natuur en onze Hollaudsche
jongens geteekend. Dat alles maakt deze werkjes zeker in hooge
mate aantrekkelijk voor de jonge lezers en om hunnentwil
hoop ik, dat de schrijver, die mij geheel onbekend is, iedere
school worde binnengeroepen om er te vertellen van Willem, die
op vaders knie naar Amsterdam rijdt; van moeder, die met de hartelijkste liefde
het zieke broertje vyzorgt; van den snaak, die zoo handig zijn zusje een' tand
uittrekt; van de kleine Liua, die ook al toont, hoe hartelijk ze hare moeder
bemint; van Jacob, die al graag helpt werken; van Suze, die de eerste sokken
voor haren vader breidt; van de arme sprokkelaars, die elkander zulk een goed
hart toedragen; van Rudolf, die zich zoo erg in den vinger snijdt, dat moe eeit
lapje erom moet winden; van Koos, die schoolziek is; van Willemien, die haar
kleine zus zoo blij maakt; van Dirk, die voor een sneeuwman gaat loopen; vau
Jacob Berkel, die te vroeg een paard heeft geteekend; van de kinderen, die vaders
verjaardag vieren en van nog eene menigte andere voorvallen uit de kinderwereld,
die allen zoo natuurlijk en naïef worden geschetst, dat de leerlingen telkens hunne
kameraden of vriendinnetjes, hunne broertjes of zusjes, hun vader of moeder ot
zich zeiven in die verhalen herkennen zullen.
Voor bijna alle lesjes en versjes kau zulk een gunstig oordeel gelden, 't Zij de
schrijver werkt op 'tkinderlijk gemoed of hen volgt bij hun spel, altijd toont hij
de gaven van opmerken te bezitten; altijd is hij hartelijk, vroolijk en leerzaam.
Kampen, 20 Juli 1880. W. Heetjans."