Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
13. B r II) F, I. U I F. 1) F. N. '
De zoogdieren, waarvan ik u thans iets vei'tellen wil, onder-
scheiden zich van al de andere zoodanig, dat ik ze niet wel eene
plaats tusschen de tot hiertoe behandelde konde aanwijzen. "Want,
hoewel zij ware zoogdieren zijn, heeft de inwendige gesteldheid
van sommige eenige overeenkomst met die der vogelen. Daaren-
boven hebben zij twee beenderen, die men bij geen ander dier
aantreft, en welke het voorste gedeelte van den buik ondersteunen,
of wel bij de wijfjes van sommige eenen zak of buidel dragen,
waarin de jongen zich kunnen verbergen. Zoolang deze nog heel
klein zijn, blijven zij in den buidel verborgen, hangende aan de
tepels hunner moeder. Zijn zij wat grootei- geworden, dan komen
zij wel voor den dag, maar kruipen ook telkens in hunne schuil-
plaats terug om te zuigen, of om zich tegen eenig nakend gevaar
in veiligheid te stellen. Men vindt de Buideldieren, die onderling
zeer verschillen, in Amerika, Azie en voornamelijk op Nieuw-Holland.
De Buidelrat of Opossum, in Noord-Amerika, is geenszins een
bevallig dier, want zij heeft eene vuilwitte kleur, is zeer onzindelijk,
en geeft, althans wanneer zij beangst is, een ondragelijken stank
van zich. Zij is zoo groot als eene kleine kat, en heeft een met
schubben bedekten grijpstaart, waaraan zij somtijds een geruimen
tijd hangen blijft. Over ilag blijft de buidelrat .slapende in haar
hol, dat zij zelve gegraven lieeft, maar des nachts komt zij te
voorschijn, klautert op de boomen om do vogels in hunne nesten
te overvallen en te verslinden, of ten minste de eieren, die zij
zeer bemint, uit te zuigen. De buidelrat is dus eigenlijk een
roofdier. Maar er zijn ook buideldieren, die alleen van vruchten
leven, en andere, die zich alleen met gras en bladeren voeden.
Ik kan u thans niet meer van de zonderlinge buidelrat zeggen.
Als gij eens meer opzettelijk de Natuurlijke Historie beoefent.