Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
87
ding eene groote delta. Door de Saône is dit rivierstelsel met
kanalen verbonden aan de noordelijke rivierstelsels, zooals door
ket Canal du Centre aan de Loire, door het Canal de
Bourgogne aan de Seine, en tevens aan den Rijn.
In Italië : de A r n o en de iets langer T i b e r vallen in de
Tyrihenische zee. — In de Adriatische zee mondt de P o, ruim
Half ïoo lang als de Rijn, de hoofdstroom aan de zuidzijde der
Alpen. Hij is snelvlietend, maar zijne onbeduidende rechter
zijrivieren zijn evenals de meeste Italiaansche gedurende een groot
gedeelte des jaars waterarm; van oneindig meer belang zijn de
linksche takken : de T e s s i n o, het meer Maggiore door-
stroomend (Tessino, Rijn, Reusz en Rhône vloeien van den
St potthardt naar de vier windstreken); de Adda stroomt door
het meer van Como; de Mincio, de afstrooming van het
Garda- meer. Ook de Po heeft eene aanzienlijke delta ge-
vormd, en door de toeneming van het land aan de monding,
ligt de vroegere zeestad Adria thans 2 mijl van de zee ver-
wijderd. — In de nabijheid mondt de uit Tirol komende Etsch
(Ital. Adige), ^ van de lengte van den Rijn. — Nog iets
noordelijker de B r e n t a in de lagunen (strandmeren) om
en nabij de stad Venetië. — De rivieren van het Turksch-
Grieksche schiereil. zijn onbelangrijk : in de golf van Salonika
monden de Salambria en de Vardar, en oostelijker de
M a r i t z a.
De Donau is de grootste rivier van Midden-Europa, die
een hoogstbelangrijken verkeerweg vormt van Ulm in Wurt-
temberg tot aan hare monding in de Zwarte zee; zij ontspringt
in het Sohwarzwald in Baden en is bijna dubbel zoo lang als
de Rijn. In het midden van haar loop buigt zij zich in Hon-
garije rechthoekig naar 't Z. en dan weer naar 't O.; en nadat
zij bij Orsowa, de grootsche maar scheepvaart en waterafvoer
zeer belemmerende, 10 mijl|.lange stroomvernauwing, de IJze-
ren Poort, doorstroomde, wendt zij zich door de Walachische
vlakte zeewaarts. In het noordelijkst gedeelte van haar loop
neemt zij op de links van het Fichtel-gebergte komende Naab;