Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
ontvangt rechts de met eene bocht uit het noorden komende
' H a v e 1, die met de Spree en het Finow- kanaal en enkelc-
andere kanalen een net van vaarwegen vormt; — links neemt
' zij op, in Bohemen de aanzienlijke Moldau en de Eger,
lager nog de S a a 1 e,
, De Weser, f der lengte van den Rijn, ontstaat uit de ver-
\ eeniging van de Werra, afkomstig van het Thüringer-wald,
I en de Fulda, op het Rhön-gebergte ontspringend. Na eene
scherpe bocht treedt de Weser door de enge Porta-Westphalica,
uit het bergland in de vlakte, en neemt dan rechts de Aller
^ op. — De Ems (.Vederl. Eem s), ter lengte van ^ van den Rijn^
■j mondt door den D o 11 a r t langs onze grenzen. — De Over-
■ ijselsche Vecht valt door het Zwarte Water in de Zuiderzee.
De Rijn, 185 mijl lang, ontspringt in Zwitserland aan
de oostzijde van den St. Gotthardt; hij loopt eerst naar 't noord-
noordoosten, stroomt door de Bodensee, zoo groot als ^ der
provincie Utrecht, vormt dan den 20 meter hoogen waterval bij
Schafifhausen en betreedt beneden Basel de 30 mijl lange, vrucht-
bare en schoone Bovenrijnsche vlakte tot Mainz. Vandaar
stroomt hij door den niet minder vermaarden Rheingau, en be-
treedt nu bij Bingen, aan Pruisens grenzen, een dalkloof wier
oevers tot Bonn de beroemde »boorden van den Rijn" vormen,
rijk getooid met steden, dorpen, burchtruïnes uit den riddertijd
en wijngaarden. Nu worden de oevers vlakker en bij Lobith
overschrijdt hij de Nederlandsche grenzen, waarna hij zich her-
haaldelijk in meerdere armen splitst, als: beneden Lobith wendt
de Waal, die het meeste water afvoert, zich links af; — boven
Arnhem de IJ sei rechts; — bij Wijk bij Duurstede de Lek
links; — de veel onaanzienlijker rechter arm, door eene sluis van
den hoofdstroom gescheiden, behoudt den naam van Kromme
R ij n en splitst zich te Utrecht weer in de Vecht, rechts,
die in de Zuiderzee valt, en in den Ouden R ij n, links, die
bij Katwijk door sluizen met de Noordzee in verbinding staat.
Links monden in den Rijn: de Aar, met belangrijke af-
stroomingen van de Zwitsersche meren; — de in Frankrijk op