Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Het Spaansch of Pyreneesch sehiereil, waarvan dit ge-
bergte de landengte vormt, met de kapen Finisterre, da
Eoca, San Vincente (de Z.W. spits), Tarifa (bij Gibraltar),
de Gata en Gréus. — Het Italiaansch of Apennijnseh
sehiereil., naar de bergketen welke er op verrijst, in de gedaante
van een laars, waarvan de voet het Galabriseh sehiereil., met
Spartivento, de hiel het Apulisch sehiereil., met kaap
Léuea, en de sporen het sehiereil. Gargano zijn. — Geschei-
den deelen zijn de eilanden Sicilië (Z.spits kaap Passaro),
Sardinië en Corsica. — Het kleine sehiereil. I s t r i ë ,
tussehen de golven van Triëst en Fiume.
Het Turksch-Grieksche of Balka n-schiereil. De
golf van Korinthe scheidt er van, en de landengte van dien naam
verbindt er mee het drie-spitsige sehiereil. M o r e a of den P e-
loponnesus. — Aan 't noordeinde van de Egeïsche zee het
drie-vingerige sehiereil. Chalkidiki, met berg At hos. —
In het Z W. der Dardanellen het T h r a c i s c h sehiereil. —
In 't noorden van de Zwarte zee het sehiereil. de K r i m.
Eilanden. Een schakel tussehen Europa en Noord-Amerika
vormt het aan vuurspuwende bergen en heete springbronnen
rijke , Deensche eiland IJ s 1 a n d , ruim Smaal grooter dan
Nederland, met niet meer inwoners dan de stad Utrecht; een
schraal, boomloos land. — Langs de noord- en westzijde
van Skandinavië ligt eene ontelbare menigte groote en kleine
eilanden, waarvan er 1000 bewoond zijn; die kleine rots-eilan-
den noemt men scheeren. Meer verwijderd van de kust
is de Archipel der Lofodden, steile, hooge, wonderlijk
gevormde rotsgroepen, meer dan 3000 meter uit den bodem
der zee oprijzend.
De vruchtbare Deensche eilanden: twee groote in 't N.,
Seeland en Punen, Z waarts eenige kleinere, waarvan
Alsen en Pehmern thans Pruisisch zijn. — Oostelijker
in de Oostzee Bornholm (holm en öe beteekent eiland),
Deensch. — Aan de Pommersche kust het grillig gevormde
E ü g e n, in 't N. met kaap A r k o n a en de 130 meter hooge