Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Zuid-Amerika met Eusland , zoodat geen ander werelddeel zulk
eene ruimte tusschen de keerkringen omvat. Het ten noorden
daarvan gelegen zesdedeel en het ten zuiden daarvan gelegen
veel kleiner gedeelte, behooren tot de warme gematigde
landstreken. Derhalve is Afrika het heetste werelddeel, maar
de hoogte van het binnenland, misschien ook de invloed der
groote meren, maken dat over het algemeen de hitte niet zoo
onverdragelijk is als men zou meenen, afgaande op hetgeen men
waarneemt aan de kustlanden der Eoode zee. Op een aantal
plaatsen, vooral aan lage kusten, is Afrika's klimaat zeer onge-
zond, zelfs doodelijk voor den Europeaan.
Plantenrijk. Ofschoon de grond in vele streken dor en water-
arm is, ontbreekt het Afrika geenszins aan boschrijke geberg-
ten , aan uitgebreide, tijdelijk met gras en kruiden overdekte
vlakten , aan rijk bewassen en ondoordringbare oorspronkelijke
wouden in de nabijheid der groote stroomen. Menig oord is
een tijd lang volkomen dor en verbrand, en behoort in het regen-
seizoen tot de aan planten rijkste gewesten der Aarde. De ge-
wichtigste boom voor de landen ten N. van de woestijn is de
dadelpalm; dadels vormen er dus met maïs, rijst en tarwe het
hoofdvoedsel. In al de overige landen van het heete Afrika
zijn kaffergierst (doerra), boonen en yamswortelen de gewone
landbouwproducten. In 't Z. treden weder op maïs en tarwe.
Dierenrijk. Hier vindt men de grootste en ontembaarste
dieren. De olifant, grooter en woester dan de Oost-Indische,
bewoont het zuidelijk gedeelte, van de Woestijn tot het Kaapland;
de leeuw, de neushoorn, de wilde bufifel, het nijlpaard, de
giraffe, de zebra, de antilope in talrijke soorten, de gazelle, de
struisvogel, de krokodil en de aap breiden zich over bijna het
geheele werelddeel uit; nabij den evenaar leeft de gorilla, de
grootste apensoort. Vele der genoemde dieren, vooral de on-
schadelijke, zwerven in ontelbare kudden overal rond.
Bewoners. Het noordelijk Afrika, tot aan den zuidrand der
Woestijn, in 't O. zelfs tot aan den evenaar, wordt bewoond door