Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Het terrassenland van den Nijl maakt het oostelijk
gedeelte uit van noordelijk Afrika. Vermoedelijk is dit het oudste
land der Aarde, waar zich de beschaving ontwikkelde. Tus-
schen Nijl en Eoode Zee verrijzen de bergen en hooge weiden
van de Arabische bergketen; ten W. van den Nijl strekken zich
de hooge zandbergen van de Libysche keten uit; de zeer lange,
smalle ruimte tusschen beide hoogte-ruggen is het vruchtbaar,
bebouwd dal van den Nijl, dikwerf doorkruist met reeksen van
rotsen, die stroomversnellingen en watervallen in het leven roepen.
Hoog Oost-Afrika. Het bronland van den Blauwen Nijl
is het trotsche alpenland Abessinië; de geweldig steile oos-
telijke helling yan dezen rotsburcht schijnt tot onder den evenaar
in hoogte toe te nemen; zelfs verrijzen hier nog iets zuidelijker
de hoogste toppen van het werelddeel, met name de meer dan
6400 meter hoogte bereikende, steeds besneeuwde kruin va» den
Kilimandsjaro. Langzamerhand vermindert de hoogte van
het bergvlak, terwijl het randgebergte zich tot voorbij de bronnen
van de Oranje-rivier naar het zuiden wendt, onder den naam
van Draken- gebergte.
Het Kaapland, Afrika's zuidelijk gedeelte, bestaat uit zich
terrasvormig verheffende, evenwijdige ketenen, zoodat men lang-
zamerhand de hooge binnenlandsche vlakte bereikt, Tusschen
de tweede en derde parallelketen breidt zich uit van het westen
naar het oosten de groote K a r r o e-vlakte, kort na den regentijd
een heerlijk, bloemrijk weideveld, in het droge seizoen daaren-
tegen eene slechts met gevaar te doortrekken, harde leemwoestenij.
De hoogvlakten van zuidelijk West- en Midde 1-Afrika,
door Congo en Zambezi besproeid en vele groote meren bevat-
tend, dalen aan de kusten van Guinea trapsgewijs tot den zee-
spiegel. Het zijn uitgestrekte, door Negers dicht bewoonde
wouden en weidevelden. Waarschijnlijk dragen de nog weinig
bekende binnenlanden onder den evenaar hetzelfde karakter.
Klimaat. Het grootst gedeelte van Afrika (f) behoort tot
den heeten gordel, eene oppervlakte zoo groot als geheel