Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
den Atlas, uit talrijke evenwijdig loopende bergketenen be-
staand , waartusschen wélbesproeide, lang uitgestrekte laaglanden
liggen. De aan de kustlanden dezer Zee eigenaardige altijdgroene
planten, zooals mirt, laurier, oranje, dadelpalm, enz., kentee-
kenen ook deze streken, die evenals het uiterste zuiden van Europa
uit witte kalkgebergten bestaan, welke het donkerblauw water
omzoomen.
Ten Z. daarvan ligt de groote woestijn Sahara, Smaal
grooter dan de Middellandsche zee of ruim 12maal zoo groot
als Frankrijk, grootendeels eene tot 400 meter hooge bergvlakte
van verweerden zandsteen, waarop zich bergen en bergruggen
verheffen, Dc kleinere oostelijke, rotsachtige helft heet de Li-
bysche woestijn, de grootere westelijke, veel zandrijker helft
de S a h e 1. Hier verrijst ten Z. van Algerië het door breede
hoogvlakten omringd bergland Ho gar, van ruim 2000 meter
hoogte, welks bewoners zich in dierenvellen hullen, zoo koel
zijn de nachten in dit gedurende den dag zeer heete oord.
Eenige vrij uitgebreide streken leveren goede weiden op voor
de kameelen en zijn rijk aan bronnen en water; andere zijn rots-
woestenijen zonder eenig water met zeezoutbeddingen; weder
andere eene zee van roodachtig fijn zand, waarin de kameelen
soms tot den buik toe zakken, met kleine, door eenig groen
omringde, bevochtigde plekjes grond, zoogenaamde oasen; nog
andere zijn uitsluitend bedekt door vast zoutleem, of kiezel en
kleine steenen. De hitte in de woestijn is des daags ontzettend
groot, en de gevaren, die door zandstormen en watergebrek
ontstaan, verschrikkelijk. De plantengroei is recht kommerlijk;
de eigenlijke boom der woestijn, overal waar water voorkomt,
is de aangeplante dadelpalm.
Ten Z. van de woestijn strekt zich van het westen naar het
oosten uit het land der Negers of Soedan, meest vruchtbaar
laagland, door Senegal, Niger, Tsad-meer, enz. besproeid, —
in 't zuidwesten, naar de kust van Guinea toe, bergland. Die
hooge deelen zijn overal met dichte wouden bedekt, het vlakke
gedeelte is daarentegen arm aan bosschen.