Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
2. Indisch Azië.
(Voor- en Achter-Indië en de Archipel).
A. B r i t s c h-0 O s t-Indië. Sedert Engeland eerst der
Portugeezen en vervolgens der Franschen invloed op het weste-
lijkste der Indische schiereilanden beteugelde, bracht het lang-
zamerhand ook de noordelijke en noordwestelijke provinciën van
Hindostan — eenmaal het rijk van den Groot-Mogol Tim oer —
ten onder; thans is zijn gebied er zoo groot als -J van geheel
Europa, met ongeveer de helft der bewoners van dat werelddeel.
Zeer aanzienlijk zijn wijders nog die landstreken, welke in naam
een eigen bestuur behouden hebben, doch onder Britschen
invloed staan; te zamen beslaan die de helft der bereids onder-
worpen landen, maar zijn niet zoo volkrijk. De bezittingen van
de Portugeezen (Goa, enz.) en Franschen (Pondichery, enz.)
zijn onbelangrijk.
Het door een Onder-koning beheerd Britsch-Indië is in een
tiental provinciën verdeeld, maar omvat zulk een verscheiden-
heid van grondgesteldheid (Bengalen — de Indische woestijn —
het hooge Dekan), van producten, van volkeren (zachte Hindoes,
krijgshaftige Maratten), talen, godsdiensten, zeden en gebruiken,
dat men het eene wereld op zichzelf kan noemen. Slechts noode
gelukt het Europeesche ontwikkeling wortel te doen vatten,
ofschoon van de scholen en de reeds meer dan 1000 mijl lange
spoorwegen verbetering wordt verwacht. Allerwege bloeien handel
en verkeer; wegen, kanalen en waterwerken worden op groote
schaal aangelegd, vooral ook om de hongersnooden te beteugelen
die dit grootendeels vruchtbare maar al te dichtbewoonde land
herhaaldelijk teisteren.
Uit vroeger eeuwen heeft Oost-Indië meer reusachtige bouw-
gewrochten aan te wijzen dan eenig ander land, vooral
prachtige paleizen, tempels en grafsteden, waarvan vele tot
bedevaarts-oord van tallooze scharen boetedoende en bedelende
pelgrims dienen. Andere groote gebouwen strekken tot opname
van reizigers, verpleging van menschen en ook van dieren.
Vermaard zijn eenige in de rotsen uitgehouwen tempels van