Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
2. Ten O. van den Oeral en ten N. van het Baikal-meer
breidt zich het woudrijke laagland van Siberië uit, tot
aan den Grooten Oceaan, dus V'50 mijl ver, en zoo groot als
I van Europa; de noordelijker streken, die de IJszee begrenzen
en slechts uit moerassen en sneeuwvelden bestaan, bezitten nog
meer omvang dan Skandinavië.
3. De uitgestrekte laaglanden van het e i g e n 1 ij k
China, vooral langs de zeekusten en rivierbeddingen, tot de
vruchtbaarste en rijkst bevolkte gewesten der Aarde behoorend.
4. De tusschen Himalaja en Dekan gelegen Bengaal sehe
vlakte, door den Ganges en zijne takken besproeid, ook bui-
tengemeen vruchtbaar en dichtbevolkt; onder den algemeenen
naam van H i u d o s t a n rekent men er ook toe de lage wes-
telijke landstreken aan den Indus, aldaar in boomlooze steppen
en woestijnen overgaand.
5. Een groot deel van het binnenslands nog zeer weinig
bekende Arabië, met de Syrische woestijn en de vlakte
van Mesopotamië. Om die vlakten verheffen zich althans
stellig in het zuiden en westen vrij steile randgebergten.
Klimaat. Begrijpelijkerwijze is de luchtgesteldheid van een
werelddeel, dat zich in alle gordels uitbreidt en fzooveel ver-
scheidenheid van hoog en laag aanbiedt zeer [^onderscheiden;
in 't algemeen zijn de winters echter veel kouder dan in
Europa, daar van de 1600 mijl lange noordkust, die duurzaam
door ijs is omgord, de koude luchtstroomen onverhinderd tot
in het binnenste doordringen, terwijl de oostelijke kusten ook
buiten verhouding koel zijn, evenals in Noord-Amerika; bui-
tendien verhinderen de hooge west-oostwaarts loopende gebergten
de warme zuidenwinden om zoovér hun invloed te doeu ge-
voelen, zoodat het hooge binnenland daarin geene vergoeding
kan vinden voor de koude, waaraan de hooge ligging het blootstelt.
De zomers zijn ten gevolge van het overwegend vasllands
klimaat van Azië warmer dan bij ons in Europa; het
gebrek aan waterdampen op de hooge binnenvlakten, tempert