Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
100 groot als het geheele Alpen-stelsel in Europa, met den
5663 meter hoogen Elbroes.
2. Noordelijk van het Aral-meer het 350 mijl lang O er al-
gebergte, niet aanzienlijk van hoogte, maar des te breeder, zich
uitstrekkend tot aan de Noordelijke IJszee. Het bevat goud-
mijnen, evenals de Altaï.
3. Op het Voor-Indisch Schiereiland, van de Himalaja ge-
scheiden door vruchtbare lage vlakten, verrijst het hoogland
van Dekan, met randgebergten in het noorden en langs de
kusten; de West-Ghats langs de westkust zijn veel hooger
en nader bij de kust dan de Oost-Ghats; deze hoogvlakten
en rotsgebergten beslaan bijna de dubbele oppervlakte van het
Pyreneesche Schiereiland.
4. Achter-Indië wordt in de richting der meridianen door-
sneden door verschillende vrij onbekende, maar niettemin zeer
belangrijke bergketenen, welke evenals de kustketen
in zuidelijk China ongetwijfeld in verband staan met oostelijke
vertakkiogen van de Himalaja.
5. Vér in het O. van Azië loopt eene aan vuurspuwende
bergen bovenmatig rijke reeks van gebergten over het geheele
schiereiland Kamtsjatka, de Koerielen, de Japansche
eilanden, de Philippijnen en de Molukken, over eene
lengte van bijna 1000 mijl.
6. In verbinding hiermee zijn de bergachtige eilanden van
den Indischen Archipel, aldaar eene 600 mijl lange rij
van gebergten vormende, waaronder vele vulcanen; met name
op Java, dat 28 werkzame en 17 uitgedoofde vulcanen telt,
met de Seméroe, 3729 meter, als hoogste top.
D. Neven deze berglanden breiden zich groote lage vlak-
ten uit: 1. Ten Z. van den Oeral, rondom de Kaspische ree
en de meren van Aral en Balkasj, naar 't W. tot in zuidelijk
Eusland, naar 't O. tot den Altaï, de boomlooze steppen
der Kirgiezen, zuidwaarts in de Toeransche steppen
overgaande, te zamen de helft van Europa in grootte evenarend.
3