Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
dan Europa, met vol recht Hoog-Azië, grootendeels woeste
hoogvlakten, door ontzagwekkende randgebergten en uitgestrekte
berglanden omringd. Van het knooppunt wendt zich onder
35» N.Br. eerst naar het Z.O. en dan naar het O. het hoogste
en stoutste gebergte der Aarde, de Himalaja, dat is woning
van de sneeuw, dat uit talrijke evenwijdigloopemle ketenen
bestaat, met dalen, waarin de hoogste bergen van Europa zich
kunnen verschuilen; het is 330 mijl lang en zou dus in Europa
van Lissabon tot Athene reiken. Nabij den boven-Indus ver-
rijst de Dapsang, 8617 meter,—op den lOOsten meridiaan
de 8177 meter hooge Dawalagiri (Witte berg), en slechts
weinig oostelijker de allerhoogste der bekende bergen, de E v e-
rest, 8839 meter.
De Himalaja vormt den zuidrand van het op een hoogen
rotsburcht gelijkend Tibet, dat ongeveer 3 maal grooter dan
Frankrijk naar 't N. en Z. tot veel lager landstreken daalt. —
Het noordelijke grensland wordt O o s t-T o e r a n genoemd en
van den Tarim doorstroomd, terwijl oostwaarts de zandwoestijn
Sjamo zich wel 300 mijl ver uitbreidt; deze wordt aan beide
zijden door breede, boomlooze weidestreken begrensd, die den
naam van Gobi dragen. — Tussehen de bronnen van Tarim
en Amoe ligt de hooge Bolor-keten, welks westelijke voet
wordt gevormd door de ruim 5000 meter hooge bergvlakte van
Pamir, de hoogste vlakte der Aarde, die beschouwd wordt als
het moederland van het blanke menschen ras.
Ten N. van den Tarim reikt een ander hoog gebergte van
het W. naar het O., de Thian-sjan (Turksch: Moestagh),
ook 300 mijl lang, met toppen als de hoogste bergen van Ame-
rika, of van 6—7000 meter. Ook hier treft men verschillende
evenwijdige ketenen aan. — De noordrand van het hooge land
van Achter-Azië, boven de Siberische vlakte verrijzend, bestaat
meestal uit woudrijke gebergten; zoowel de Alt a ï ten VV. als
het D a o e r i s c h-gebergte ten O. vau het Baikal-raeer zijn
rijk aan metalen. De oostrand is veel minder bekend, en be-
staat veelal uit sneeuwgebergten op de grenzen van het eigenlijk