Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
dit ruimschoots vergoed door het nut en het voordeel dat de
huisdieren verschaffen , welke däär hoofdzakelijk te huis
behooren. Ofschoon de meeste diersoorten zich over groote uit-
gestrektheden, onder vrij afwisselende klimaten verspreiden, merkt
men toch uit het pasvermelde op, dat zij zich niet overal heen
kunnen verplaatsen.
Dit is uitsluitend het erfdeel van den mensch, die onder
alle luchtstreken kan leven. Ue 1400 millioen menschen, welke
de Aarde bevolken, worden onderscheiden in de volgende
rassen, kenbaar aan huidkleur, haar en lichaamsbouw.
1. Het Kaukasisch ofindisc h-E uropeesch ras,
met gewelfd voorhoofd, ovalen schedel, golvend haar, blank in
Europa , lichtbruin in het zuiden van dat werelddeel, in 't noor-
den van Afrika en in zuidwestelijk Azië donkerbruin, soms
zelfs zwart op het Oost-Indisch Schiereiland. Dit ras is het
meest ontwikkeld, en begaafd met den günstigsten aanleg; naar
andere werelddeelen verhuisd, voert _hel ook däär heerschappij en
maakt de hoofdbevolking uit van Amerika en Nieuw-
H o Hand. Bijna y der menschen behoort er toe.
2. Het Mongoolse h ras, met wijkend voorhoofd, uitste-
kende wangbeenderen, schuin gespleten oogen, hoekigen schedel,
sluik van haar, lichtgeel tot vuilbruin van kleur; bewoont verreweg
het grootst gedeelte Azië en de noordelijkste landen der Aarde.
Euim i van alle menschen behoort er toe.
3. Het Neger-ras in Afrika (behalve in het noorden)
en in groot getal in slavernij naar Amerika overgevoerd, is
kenbaar aan het wijkend voorhoofd , den smallen schedel, de
vooruitstekende kinnebakken, zwart gekroesd haar, kromme
scheenbeenderen, kwalijkriekende huid en zware of donkerbruine
huidskleur.
Dit zijn de drie h o o f d-rassen , terwijl als tusschen-rassen
worden aangemerkt:
Het Maleisch ras, het schiereiland Malaka, het eiland
Madagascar en de meeste eilanden ten zuiden van Azië
bewonend, met geelbruine tot donkerroodbruiue huidskleur en
sluik zwart haar.