Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
den, welke wij springvloeden noemen, en het sprekend
bewijs leveren, dat dit verschijnsel aan den invloed der he-
mellichamen i? toe te schrijven.
Nog opmerkelijker zijn de s t r o o m i n g e n, die bijna nergens
de oppervlakte van den Oceaan tot op aanzienlijke diepte in rust
laten; zij staan misschien in verband met die getijden, maar wor-
den a-eboren door de draaiing der Aarde om haar as, en zeer
zeker bevorderd door de verwarming eu daardoor ontstaande aan-
merkelijke verdamping van het water in de heete luchtstreken;
dat verwarmde water wordt lichter en verspreidt zich van de
keerkringsgewesten boven het koelere waIer naar de poolstreken,
terwijl vandaar voortdurend kouder water toestroomt om tus-
schen de keerkringen verwarmd te worden, en ouder den evenaar
met vrij groote snelheid van het oosten naar het westen te stroo-
men totdat de kusten van het land dien loop belemmeren. Door
den grilligen vorm der vastlanden en eilandgroepen doorkruisen
die stroomiiigen den Oceaan in velerlei richtingen. — verwarmen
hier de kustlanden en verkoelen ze elders, allerwege hun invloed
uitoefenend; en dat die aanmerkelijk is, leert ons onder anderen
de Golfstroom, die als sterk verwarmde stroom de Golf van
Mexico verlaat en geheel westelijk Kuropa tot aan de Noordkaap
een warmen mantel om de schouders werpt.
Al het z o e t e water op Aarde vindt zijn oorsprong uit
de verdamping van het zeewater; die damp valt als regen of
sneeuw op het land , dringt in de aarde of verzamelt er zich
op, en vormt op deze wijze wellen, bronnen, beken,
rivieren en meren.
Soms zijn de bronnen warm of met bestaiiddeelen uit de
aardlagen vermengd en worden dan minerale of gezondheids-
bronnen genoemd, maar gewoonlijk is het water koel en helder
en vereenigen enkele bronnen zich tot eene beek, terwijl uit
de vereeniging van bekeu eene rivier ontstaat. Groote rivieren
of stroomen nemen veeltijds het water op vau verschillende
kleinere of z ij rivieren; kustrivieren storten zich na
11
jt '<■