Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
207
noordelijker scheiden de woeste Blauwe bergen, de bevolkte
kuststreken van Nieuw-Zuid-Wales van het vruchtbare weideland,
de hoogvlakte van Bathurst. Noord Australië schijnt,
een bergachtig hoogland, en ook de noordwestzijde kan op
eenige fraaie, vruchtbare binnenlandsche hoogvlakten roemen.
Rondom de Zuider-golf bestaat het land uit zandwoestijnen; op
de vlakten in het midden verheffen zich hier en daar op zich-
zelve staande bergen en korte rotsgroepen, zeldzaam van bronnen
voorzien. Hard, stekelig gras en laag kreupelhout bedekken
zonder eenige afwisseling duizende vierkante mijlen. Daarom
is dit werelddeel eerst in de jongste tijden slechts enkele malen
van het Z. naar het N. en nog zeldzamer van het O. naar het
W. doorgetrokken, ten koste van maandelange, moeitevolle
reizen, die gepaard gingen van het gevaar van verhongeren en
verdorsten, daar alle levensmiddelen moesten worden medege-
voerd, en de paarden meestal onderweg bezweken. Thans is
eene telegraafleiding dwars door dit vastland aangelegd.
Klimaat: in het noordelijk derde deel, alwaar het slechts
's zomers (van November tot April) regent, vindt men den plan-
tengroei der keerkringslanden; in 't zuiden, dat slechts winter-
regen heeft (van Maart tot September), gedijen in de aangebouwde
landstreken alle graansoorten en het ooft der gematigde lucht-
streken. Enkele binnenlandsche oorden blijven zelfs jaren lang
verstoken van regen, en over het geheel is Meuw-Holland heet,
maarniet vochtig, en dus zeer gezond. In de waterarme woes-
tijnen midden op 't vastland stijgt de temperatuur soms tot 68"
Celsius.
Planten : zij onderscheiden zich van die der vorige vastlan-
den, maar niet gunstig. Het oog streelende bloesems en
voedzame vruchten zijn hier in verhouding zeer zeldzaam; de
hier eigenaardige, schraalbewassen wouden, zijn door den bij-
zonderen stand van het loof bijna schaduwloos. In de zuid-
oostelijkste bergstreken yindt men boomen van nog grooter
hoogte maar slanker dan de reuzen in Californië.