Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
206'
punt, kaap York, ligt op 11" Z.Br. en de zuidspits, kaap
Wilson, op 39° Z.Br., dus een afstand van 420 mijl, ofschoon
de gemiddelde breedte van het N. naar het Z., slechts 250 mijl
bedraagt. De oostspits, kaap Byron, op 170» O.L. is van
het west-einde, het Dirk-Hartog-eiland, ongeveer 500 mijl
verwijderd.
Deden van den Oceaan: aan de noordzijde dringt de groote
Ca rp ent aria-golf diep in de kust, tusschen de schiereilanden
YorkenArnhemsland. De breede insnijding aan de zuid-
zijde is de Z u i d e r- of Austraal- golf, met de dieper in
't land dringende, smalle Spencer-golf. — In het N. wordt
Nieuw-Holland gescheiden van Nieuw-Guinea door de kliprijke
Torr es-straat; in het Z., door de Bass-straat van Tasmania.
Rivieren en meren: in de noordelijke voortzetting van de
Spencer-golf liggen de Torrens- en Eyre-meren, en west-
waarts van deze eene aaneenschakeling van even ondiepe meren;
de meeste in het droge seizoen in moerassige poelen herschapen
wordende. — Ten O. van die golf mondt de van het hoogste
gebergte afstroomende M u r r a y, j grooter dan de Rijn, en
hoewel 's zomers weinig water afvoerend, de eenigste stroom van
het werelddeel-, welke onafgebroken door stoombooten bevaren
wordt; hij neemt rechts de nog grooter, maar minder waterrijke
Murrumbidgeeop.en bezit het eenige ontwikkelde stroom-
stelsel van alle Nieuw-HoUandsche rivieren. Over 't algemeen
is dit vastland slecht besproeid; een groot gedeelte van
zijne rivieren eindigen hun loop na weinige mijlen in een poel,
en in den heeten zomertijd drogen zelfs lange stroomen uit.
In de meeste landstreken heerscht dus dikwerf gebrek aan water.
Oppervlakte: het grootst gedeelte van Nieuw-Holland is dor
vlakland, slechts weinig verheven boven den spiegel der zee;
alleen aan de oostzijde loopt van het zuiden naar het noorden
een onafgebroken rand van gebergten, die aan de bronnen van
den Murray het hoogst is, en aldaar den naam voert van Austra-
lische Alpen; de hoogste top is 2175 meter hoog; iets