Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
den of eilanden scheiden zeeën gten, straten, kanalen
of s O n d. De zee is zeer afwisselend van diepte, in het midden
dikwerf onpeilbaar, soms en vooral nabij de kusten klippen,
riffen, zandbanken en ondiepten vormend.
De kleur van het diepe zeewater is blauw, maar door allerlei
invloeden wisselt zij aan de oppervlakte in het oneindige.
De zoute smaak van het zeewater neemt men overal waar,
ofschoon niet overal even sterk; de oorzaak daarvan is de aanwe-
zigheid van eenige opgeloste zouten, en onder deze is het gewone
keukenzout het voornaamste; het zeewater is daardoor zelfs iets
zwaarder dan ander water, en het groote nut van dit zout
kan niet ontkend worden, daar het voorkomt dat de overblijf-
selen van de gestorven zeedieren in bederf overgaan; immers de
zee wemelt van dieren van alle grootten. Het lichten der zee,
dat des nachts zoo dikwerf en bijna allerwege voorkomt, zoo-
dat de zeeman meent door een Oceaan van licht le stevenen,
is ook toe te schrijven aan ontzaglijke scharen van alleeji onder
het vergrootglas zichtbare diertjes.
De zee wordt voortdurend in beweging gehouden; het
meest in't oog loopend is de golvende beweging, welke
de wind veroorzaakt, en die bij hevigen storm een geweldig
schouwspel oplevert; maar van meer belang en veel krachtiger
van uitwerking zijn de door aantrekking van Maan en Zon, en
door de sterke verwarming tusschen de keerkringen in 't leven
geroepen g e t ij d e n en s t r o o m i n g e n. Door de getijden
of vloed en eb verstaat men het telken etmaal tweemaal regel-
matig terugkeerend rijzen en vallen van het water, dat vooral
aan de kusten het meest bemerkbaar is, doch aan onderscheidene
oorden aanmerkelijk verschilt, want het wisselt af van enkele
decimeters tot ruim twintig meters; om de zes uur wisselen vloed
en eb met elkander af, dagelijks bereikt het water aan dezelfde
plaats tweemaal den hoogsten stand, en wel juist 2-^ uur nadat
de Maan over den meridiaan van die plaats gaat. Staat de Zon
met' de Maan in ééne lijn en oefenen zij hare aantrekkingskracht
dus in dezelfde richting uit, dan ontstaan bijzonder hooge vloe-