Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
197
van April tot October en een regenseizoen, met dagelijksche
onweders en stortregens, van November tot einde Maart. Zooveel
vochtigheid en warmte vindt men nergens elders op Aarde samen,
vandtór ook nergens zulk eene volheid en pracht van gewassen
en boomen als hier «de broeikast der wereld." — Patagonië
en de zuidelijke eilanden bezitten een bijzonder ruw klimaat. —
De westelijke kusten tusschen de keerkringen zijn geheel redenloos
en dus niet vruchtbaar, tenzij eene kustrivier ze besproeit.
Planten: in de eerste plaats verdienen vermelding de honderde
soorten van palmen, die hier eigenaardig zijn, en dan het
kostbare meubel-, timmer- en verfhout der dichte wouden, die
ook velerlei gomsoorten, kaoetsjoek of gom-elastiek en kinabast
opleveren. Voor de voeding zijn het belangrijkst de bananen,
die met rijst, tarwe en maïs, het hoofdvoedsel der menschtu
zijn; voorts de maniok-wortel, uit welks meel over het algemeen
het brood wordt bereid; de aardappel in zijn vaderland, Chile;
de bataten of zoete aardappelen, de cacao, de maté of Paraguay-
thee, de voor den handel aangekweekte kofüe en suiker.
Bieren .- Zuid-Amerika is rijk aan velerlei apen, enkele grootere
dieren van het kattengeslacht (jagoear en poema) en kleine varkens;
de tapir is het grootste zoogdier van dit werelddeel. Voorts zijn er
mieren-eters, gordeldieren in de vlakten, en op de Cordilléren de
als lastdier gebezigde llama en de daaraan verwante vicogna. Onge-
looflijk rijk en prachtiger dan ergens ter wereld zijn het vogelheir
en de vlinders en kevers, ja alle insecten, maar in verhouding
is de rijkdom aan lastig en vergiftig ongedierte even groot. De
condor, de grootste vliegende vogel, bewoont het hooggebergte.
Woud en kreupelhout zijn rijk aan slangen, ook van de grootste
soort; evenzoo aan groote hagedissen. De stroomen wemelen
van alligators. Behalve de uit Europa overgebrachte runderen,
die tegenwoordig bij millioenen op de vlakten grazen, is het
paard zoo inheemsch geworden, dat thans enkele wilde volk-
stammen bijna uitsluitend te paard leven, met name de Pata-
goniërs in het zuiden.