Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijksbeschrijving
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1880
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5817
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201148
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
dan in de vroege ochtenduren of 's winters; tusschen die uitersten moet
men de gemiddelde temperatuur zoeken. In ons land is die dan ook
gelijk aan 10 graden van den honderddeeligen thermometer (van Celsius),
terwijl de waargenomen uitersten een verschil aanwijzen van ii" warmte
tot 7° beneden het vriespunt.
Nederland heeft, in verhouding tot zijne verwijderde lig-
ging van den evenaar, een boven velen begunstigd klimaat:
gematigde, niet te heete zomers , zeldzaam strenge winters en
voldoende bevochtiging van den bodem in alle jaargetijden; het
dankt dit aan zijne ligging nabij de kusten van den Atlantischen
Oceaan, aan de w e s t z ij d e van een groot vastland, want deze
bezit over 't algemeen een aangenamer, zachter klimaat dan de
oostelijke kustlanden van het noorder halfrond.
b) Het Water.
Het water, dat zulk een aanmerkelijk gedeelte van de opper-
vlakte der. Aarde beslaat, staat Overal in onderlinge verbinding
en vormt slechts éénen Oceaan. Die Oceaan neemt bijna \
in van de geheele oppervlakte, zoodat voor al het land niet meer
dau ruim i overblijft. Het zuidelijk halfrond is het waterrijkst
en daiir zijn de onderdeden dus in onbelemmerde gemeenschap
met elkander, terwijl zij in het noorden nauwer omsloten worden
door het vastland.
Die deelen zijn: de N o o r d e 1 ij k e IJ s z e e, begrensd door
den noordpooleirkel; — de Atlantische Oceaan, tusschen
de oostelijke kusten van de Nieuwe en de westelijke van de
Oude Wereld; — de Groote Oceaan, tusschen de oostelijke
kusten der Oude en de westelijke van de Nieuwe Wereld, bijna
zoo groot als al het land der Aarde; — de Indische
Oceaan, tusschen de beide laatstgenoemde, ten zuidoosten
van de Oude Wereld; — en de Z u i d e 1 ij k e IJszee, binnen
den zuidpoolcirkel.
De tallooze onderdeden van dezen Oceaan, waar zij diep in
het land indringen, heeten naar de grooHe binnen- of mid-
dellandsche zeeën, zeeboezems, golven, baaien,
fiorden, bochten, reeden, en als zij verschillende lan-